Pyrenees Stage Run 2019

Vorig jaar tijdens de PSR, hintte ik er tijdens het filmen al op dat ik deze tocht graag met Linda zou willen lopen. De combinatie van omgeving, sfeer en mensen (zowel organisatie als deelnemers), leek mij een mooi alternatief voor de TransAlpine Run. Die hadden Linda en ik al twee keer gelopen; we waren beiden het massale karakter en de nadruk op competitie behoorlijk beu. Met de PGTA en FCDTA hadden we weliswaar twee mooie vervangende etappelopen gevonden, maar het in teamverband door serieus berggebied lopen, is wel even iets anders. Met behulp van films en foto’s, kostte het me weinig moeite om Linda over te halen in 2019 mee te doen.

Training

Dat klinkt makkelijker dan het in werkelijkheid was. Okee, inschrijven, reis boeken en vakantiedagen opnemen is één ding, maar er moet ook nog getraind worden. Toch wel even andere koek, zeker als je je bedenkt dat de PSR qua terrein een stuk zwaarder is dan de TAR. Om goed voorbereid aan de start te komen, begon Linda aan een intensieve krachttraining, toegespitst op berglopen, bij sportmedisch trainingscentrum de Fitfactorij. Onder de bezielende leiding van Raymon Harzevoort, werkte ze een programma af van burpees, boxjumps, lunges en squat-varianten, maar ook stabilisatie- en coördinatie-oefeningen. Immers, trailrunning in de bergen is bepaald geen statische aangelegenheid.

In het verleden heeft Linda wel vaker krachttraining gedaan naast en ter ondersteuning van het hardlopen, maar nog nooit zag ik haar met zoveel toewijding naar deze trainingen gaan en met zoveel plezier terugkomen. Het helpt om een specifiek doel te hebben waar je voor traint, maar ik vermoed dat Raymon’s persoonlijke aanpak, aanmoedigingen en complimenten flink geholpen hebben. Er moest natuurlijk ook nog gewoon gelopen worden, maar door looptraining in de week te vervangen door krachttraining en de weekendlopen te verlengen, leek Linda de juiste balans te bereiken. Net als ik was ze de avondtrainingen in de buurt behoorlijk zat; in het weekend konden we tenminste lekker de natuur in. Een uurtje langer is dan geen straf.

Tijdslimieten

Twee weken voor de PSR kom ik er tijdens het maken van de hoogteprofielen achter dat de tijdslimieten vergeleken met vorig jaar zijn veranderd. Per etappe krijg je meer tijd, maar bijna alle limieten van de start tot aan de eerste verzorgingspost zijn drastisch ingekort. Dat is slecht nieuws voor ons. We stijgen namelijk niet zo heel vlot en rekenen altijd op de afdalingen om tijd goed te maken en marge voor de volgende klimmen op te bouwen. Maar ja, dan moet je wel op tijd bij de eerste post zijn. Contact met organisatie leert mij dat de tijdslimieten vorig jaar te ruim waren aan het begin van elke etappe en wat te krap over de hele etappe heen. Maar, zo verzekeren ze me, er wordt rekening gehouden met alle deelnemers. Als blijkt dat Linda en ik op de downhill inderdaad veel goed kunnen maken, halen ze ons er echt niet uit bij tijdsoverschrijding van de eerste limit. Dat stelt gerust.

Weerzien

Na een voorspoedige reis met taxi, vliegtuig, bus en trein, komen Linda en ik einde van de middag aan in Ribes de Freser. Snel inchecken in Hotel Sant Antoni en op naar de registratie. Op de gang van het hotel roept een bekende stem mijn naam: het is Natura Richardson. Vorig jaar liep ze samen met Michael Bach, dit jaar met Melissa Witteveen. Het weerzien voelt hartelijk en natuurlijk, helemaal niet alsof er al een jaar verstreken is sinds ons laatste contact. Buiten de gymzaal waar de registratie plaats vindt, ontmoeten we Michael en Tyler Kornelis, de man van Melissa. Ze hebben zich als vrijwilligers aangesloten. Goede indicatie van de sfeer alhier, lopers die een jaar later terugkomen om de organisatie (en de andere lopers) te helpen. Helemaal als je beseft dat sommigen letterlijk van de andere kant van de wereld komen.

Geruststelling

Als Linda en ik in de rij staan om ons startnummer op te halen, komt een stralende Tomàs op ons afgelopen. Na een knuffel verzekert hij Linda ervan dat ze zich geen zorgen om de tijdslimieten hoeft te maken. Hij is heel blij met onze deelname en wenst ons een onvergetelijke week toe. Hetzelfde gebeurt even later buiten met Jordi. Ook hij informeert naar onze zorgen en benadrukt dat we vooral moeten genieten, zonder stress om tijdslimieten. Tekenend in de meest positieve zin dat beide race directors tijd en moeite nemen om ons gerust te stellen en persoonlijk te verwelkomen. Toegegeven, met een slordige 100 deelnemers is de PSR niet een heel groot evenement, maar iets zegt mij dat ze dit altijd doen.

Tijdens het diner zitten we naast João, Steve en Greg. Even later verschijnt ook Carlos; hij vervangt de eerste vier dagen João’s uitgevallen teammaat. Het voelt een beetje als een PGTA-reünie, helemaal als João, Carlos, Linda en ik achteraf nog een hapje gaan eten. De biertjes lopen naadloos over in likeurtjes en voor ik het weet, strompel ik halfzat terug naar het hotel. Hmmm… was dat wel zo verstandig?

Etappe 1: Ribes de Freser – Queralbs

Nou, niet zo heel verstandig, blijkt de volgende ochtend. Ik ben al geen held met sterke drank. Of überhaupt drank. Maar de antibiotica die ik in juni nam, speelt ook in dit geval weer een vervelende rol. Meteen na het ontbijt, haast ik me terug naar de kamer. Ja hoor, diarree. Hoewel het zo onderhand bijna vertrouwd begint te voelen, baal ik als een stekker. Ik leek fit en hersteld van alle ongein, nu gooit een borreltje (of twee, drie, de herinnering is wazig) mijn darmen weer overhoop. Onderweg naar de start, keer ik tot twee keer toe bijna om, zo sterk is de aandrang. Als dat maar goed gaat onderweg.

Linda oogt zenuwachtig. Niet gek, weet nog goed dat ik hier vorig jaar stijf van de stress aan de start verscheen. Linda is inmiddels wel wat beter gewend aan de Pyreneeën dan ik destijds, maar ik snap dat het nog steeds een spannend begin is. Gelukkig kan ik haar zo’n beetje elk deel van de route beschrijven zodat ze precies weet wat ze kan verwachten. We beginnen met een kleine 10 km valsplat omhoog naar de eerste verzorgingspost. Dat is meteen ook een goede test of de tijdslimieten haalbaar zijn voor ons: voor 10 km en 800 hoogtemeters krijgen we 1 uur en 45 minuten. Met nog zes minuten over en een flink aantal teams achter ons, blijkt dat geen probleem te zijn. Maar goed, het echte klimwerk begint nu pas. Twee steile stukken omhoog over grasweides met tussendoor wat op en neer. Vooral de tweede grasklim blijkt net zo’n hufter als vorig jaar, toen ik hier geparkeerd stond. De uitzichten zijn geweldig zolang je maar niet recht vooruit en omhoog kijkt: dan zakt de moed namelijk in je schoenen. Linda heeft het vooral zwaar op de laatste klim naar de Balandrau piek. Eenmaal op de top poseren we kort voor een foto.

Linda herkent de afdaling als de plek waar ik vorig jaar begon te filmen. Voor de grap herhalen we de dialoog tussen mij en Jeremy. Zo vaak hebben we de filmpjes bekeken dat we de tekst bijna kunnen dromen. Wel merkt Linda terecht op dat de beelden van vorig jaar geen recht doen aan de steilte van de afdaling. En inderdaad, op de filmpjes lijkt het valsplat naar beneden; de realiteit is echter een stuk verticaler. We blijven niet te lang hangen bij de tweede verzorgingspost, maar nemen wat brood mee en knabbelen dat afdalend op. De korte pauze is bewust want nu volgt een lastig stuk. Veel op en neer, maar vooral technisch, hier en daar het betere klauterwerk. Een prachtig deel van de route, maar veel snelheid maak je hier niet. Ik ben deze week fotograaf zodat Linda zich kan focussen op ongestoord lopen. Alleen hier maak ik al tientallen foto’s.

Net als vorig jaar, lassen we een korte pauze in halverwege post drie. Qua tijd zitten we nu goed, het zwaarste deel zit erop en de uitzichten zijn simpelweg te mooi om voorbij te razen. Linda merkt op dat ze flink moet blijven eten om haar energie op peil te houden. Op zich geen probleem, maar ik weet wat er de komende dagen qua terrein op het menu staat. Als ze nu al moeite heeft om tegen de klimmen op te eten, hoe moet dat dan de rest van de week? Ach, zien we dan wel weer. Ook niet vergeten dat gisteren best een zware dag was qua reizen en voorbereiding voor vandaag. Morgen is een relatief makkelijke etappe, daarna begint het serieuze werk pas.

Na onze pauze lopen we relatief gemakkelijk naar Núria, waar de derde verzorgingspost is. We komen ruim een uur voor de tijdslimiet aan dus we besluiten wat langer te blijven. Linda is een beetje misselijk, maar rijstmelk biedt uitkomst. Goed eten en drinken voor de komende afdaling. Volgens de organisatie te technisch om vaart te kunnen maken, maar ik weet beter. Vorig jaar liepen Jeremy en ik hier de sterren van de hemel, voor ons doen dan. Ik verwacht van Linda hetzelfde. Eerst nog een bultje over, dan via stenen trappen, die wat weghebben van Romeinse wegen, en single tracks bezaaid met rotsen en boomwortels, dieper het dal in. Het valt me op dat Linda in de afdaling sterker is dan voorheen. Diepe afstappen, balanceren op losse stenen, pasverlenging van rots naar rots, ze doet het met het grootste gemak. Haar krachttraining was bedoeld om makkelijker/sneller te kunnen stijgen, maar het lijkt ook positief effect te hebben op haar daalcapaciteiten.

We stoppen onderweg nog voor een foto bij de prachtige waterval van Cua de Cavall, dan is het volle bak naar beneden. Na 8 uur en 4 minuten stappen we over de finish. Prompt begint het te regenen. We voelden onderweg wel wat druppels, maar dat zette nooit door. Nu is het menens. Samen met de andere finishers proppen we ons onder de tentjes van de organisatie. Voor de deelnemers die nog onderweg zijn, is dit geen pretje. Droog is het al een pittige afdaling, moet er niet aan denken dat het pad ook nog eens spekglad is van de regen. Achteraf horen we horrorverhalen over tien centimeter staand water waarin de rotsen en boomwortels niet langer zichtbaar waren. Brrr… Na een massage pakken we de trein terug naar Ribes de Freser. Door het wachten op de massage en de trein, is het al wat later. Snel douchen, omkleden, spullen voor de volgende dag klaarleggen en op weg naar diner en briefing. Omdat gisteravond zo goed beviel qua borreltje voor het slapen gaan, drinken João, Carlos, Linda en ik nog een karaf sangria in een lokaal cafe.

previous arrow
next arrow
Full screenExit full screen
Slider

Etappe 2: Queralbs – Puigcerdà

Bij Linda is de spanning eraf, net als bij mij vorig jaar. De eerste etappe, hoewel pittig, hebben we goed verteerd. Ofschoon de afstand vandaag iets langer is dan gisteren, verwachten we minder tijd nodig te hebben. De eerste klim heeft meer variatie dan ik me herinner: veel bos, maar ook mooie open stukken, soms steil, dan weer renbaar. We zijn keurig op tijd bij de eerste verzorgingspost. De afdaling die volgt, ligt ons goed: steil naar beneden over Ardennen-achtige paadjes. Grappig hoe we omhoog ploeteren, links en rechts ingehaald worden en mentaal tik na tik krijgen; zogauw de afdaling is ingezet, veranderen we in twee onbevangen kinderen die met speels gemak alle verloren plaatsen weer goed maken. Klassering interesseert ons geen fluit, maar het voelt prettig om bij de volgende klim wat teams achter ons te hebben.

Helaas is de afdaling snel voorbij en beginnen we aan het saaie middenstuk. Nou ja, saai? Mijn herinnering van vorig jaar doet geen recht aan de afwisseling van graspaden, single tracks, steile klimmetjes op heuvelflanken en meer van dat werk. Alleen de laatste zonovergoten klim vlak voor de tweede post, blijkt wat teveel van het goede. Halfgekookt komen we aan in Dòrria. Gelukkig is er wat schaduw en ijskoud stromend water waar Linda dankbaar gebruik van maakt. Vanuit het dorp klimmen we verder. Dit stuk is dan weer precies zoals ik me herinner: veel brede karrensporen en gravelpaden, net op het kantelpunt tussen wandelen en rennen. Toch kunnen we hier best van genieten, mede dankzij Linda’s voornemen om valsplat omhoog langer door te blijven dribbelen. Als het te zwaar wordt, wandelen we een paar passen, zogauw het weer gaat, dribbelen we aan.

Vlak voor de eerste valse top, slaan we rechtsaf en kijken we tegen een loodrechte klim aan. Ik had Linda hier al voor gewaarschuwd, dus het komt niet als verrassing. Gelukkig is het maar een klein stukje, dan bevinden we ons op een enorme grasvlakte met rondom uitzicht op schitterende bergen. Na een praatje met Michael op de hoogste top, dalen we even af door een bos op weg naar de laatste top vandaag, tevens de laatste verzorgingspost. Net als gisteren hebben we ruim een uur over op de tijdslimiet, dus we doen weer rustig aan. Ik kan me van vorig jaar niet veel herinneren van de komende afdaling, wel dat de laatste vier kilometer open en onbeschut zijn. Toen was het warm en windstil, nu zijn de weersomstandigheden iets gunstiger: koeler, briesje en licht bewolkt.

Vanaf het moment dat we afdaling inzetten, schieten flarden van herinneringen door mijn hoofd. Oh ja, dat slingerende paadje door halfopen bos, een single track bedolven onder boomwortels, een stukje pad dat sterk op een rivierbedding lijkt, de begroeiing die jungle-achtige vormen aanneemt. Dit is eigenlijk één van de mooiste afdalingen tot nu toe; hoe kan ik me dat nou niet herinneren? Waarschijnlijk omdat vorig jaar het zware, laatste stuk van deze etappe me alles daarvoor heeft doen vergeten. Zonde, want dit parcours verdient meer lof dan het doorgaans krijgt.

Maar dan is de pret voorbij. We lopen het bos uit, door het dorpje Vilallobent en via karrenspoor en asfaltweg richting Puigcerdà. De zon bonkt op ons hoofd en het tempo zakt gestaag. Er zit niks anders op dan de tanden op elkaar te zetten en door te ploegen. De open, onbeschutte stukken dribbelen we gestaag door, in de schaduw wandelen we. Vergeleken met wat we vandaag al afgelegd hebben, lijkt dit stuk eindeloos. In werkelijkheid zijn we amper een half uur onderweg voordat Puigcerdà voor ons opdoemt. Voorzichtig de drukke weg oversteken via het zebrapad, dan linksaf een steile asfaltweg de stad in. Net voor de finish nog een paar trappen op om eindelijk via een winkelstraat onder de welkome finishboog te lopen. Met 7 uur en 4 minuten toch een uur sneller dan gisteren, maar we komen wel wat minder fris aan, vooral dankzij de laatste paar kilometer.

Na massage, stukje lopen naar het hotel, douche en voorbereiding voor morgen, sluiten we aan bij diner en briefing. Morgen is de koninginne-etappe, maar uit het geroezemoes om me heen, maak ik op dat veel mensen deze verwarren met de koningsetappe. Ja, morgen is lang qua afstand, maar de klimmen zijn relatief eenvoudig en alleen de laatste afdaling is wat technisch. Met hooguit 2300 hoogtemeters op bijna 50 km valt het parcours alleszins mee. Toch blijven mensen zich blindstaren op de afstand. Waar mogelijk probeer ik ze gerust te stellen door ze te wijzen op het gebrek aan steilte in de klimmen, de pracht van de omgeving en de ruime tijdslimieten. Voor mij en Linda zou deze etappe geen probleem mogen zijn.

previous arrow
next arrow
Full screenExit full screen
Slider

Etappe 3: Puigcerdà – Encamp

We starten in het donker, al om zeven uur. De eerste kilometers vliegen voorbij, voornamelijk bergaf, en tegelijk met de zonsopkomst begint onze eerste klim: 1000 meter stijgen in 15 km. Goed te doen. We lopen eerst door open velden, daarna in het bos. Soms snijdt de route een lus van het brede pad af door recht tegen een helling op te gaan. Ondanks dat het klimmen voorspoedig gaat, maak ik me zorgen om de eerste tijdslimiet. Het is weliswaar geen officiële limiet, maar het geeft wel een indicatie van hoe de zaken ervoor staan. Omdat ik weet dat er voor de verzorgingspost op ruim 17 km een lastig stuk zit, maan ik Linda om aan te zetten. Maar het gaat niet zo goed met haar. Ze is verkouden aan het worden: verstopte neus, keelpijn, enz. De symptomen nemen toe naarmate we hoger komen en het warmer wordt. Gelukkig blijkt het lastige stuk mee te vallen. Een slingerend paadje tussen rotsblokken en bomen door, gevolgd door een korte maar steile afdaling naar de post. Met nog negen minuten over op de limiet, nemen we hier even de tijd.

Vanaf de post is het eerst een stukje klimmen, dan een technische afdaling, voordat we aan het serieuze klimwerk mogen beginnen. Linda komt in de technische afdaling vast te zitten achter een treintje Argentijnen en Britten. Omhoog halen ze ons meestal in, maar omlaag zijn het echte pannenkoeken. Normaal gesproken geen probleem, maar op dit paadje is inhalen lastig, riskant zelfs. Ik kies een goed moment uit en ren via de steile berm het groepje voorbij. Als ik even later achterom kijk, zie ik Linda volgen. Helaas wel te laat want de afdaling is voorbij en we hebben nauwelijks tijd goed kunnen maken. Dan maar wat steviger doorstappen tijdens de klim. Helaas, Linda’s adem is vandaag de limiterende factor. Haar benen doen het prima, maar ze krijgt te weinig lucht om goed in te kunnen spannen. Mijn zorgen nemen toe.

De langgerekte klim over grasweiden bezaaid met rotsblokken brengt ons bij een schitterend bergmeertje. Minder mooi is het laatste, steile deel om de Portella d’Engorgs te bereiken. Niet heel lang, maar mentaal een flinke tik. Daarom houden we kort pauze voordat we eraan beginnen. We gaan op eigen tempo omhoog: wie het eerst boven is, wacht op de ander. Omdat ik al de hele dag last heb van mijn rug, een zeurende pijn onderin die uitstraalt naar boven, probeer ik in zo weinig mogelijk tijd de klim te beslechten. Dat lukt heel aardig, moet alleen wel even op Linda wachten. De pauze onderaan de klim heeft haar geen goed gedaan. Snakkend naar adem komt ze naar boven gestrompeld. Ze piekert niet over een rustmoment, maar begint meteen aan de afdaling. En wat een afdaling: weidse vergezichten, enorme rotsblokken, kleine poeltjes water, je kunt het zo gek niet bedenken. Het enige dat ontbreekt, is een pad. Dat wil zeggen, de route is gemarkeerd, maar het is een kwestie van de kortst mogelijke lijn tussen de vlaggetjes volgen.

Linda knapt zienderogen op van de afdaling en voordat we er erg in hebben, zijn we al bij post twee. We hebben ook nog eens ruim een half uur goed gemaakt qua tijd, dus de situatie ziet er opeens een stuk rooskleuriger uit. Na een kleine tien minuten vervolgen we onze weg. Opnieuw een vrij makkelijke klim, extra aangenaam omdat we langs een prachtig, kabbelend riviertje omhoog lopen. De beschutting van het bos helpt ook tegen de flink opgelopen temperatuur. Het duurt echter niet lang voordat het bos plaats maakt voor uitgestrekte weides, doorspekt met riviertjes, rotsblokken, koeien en paarden. Mijn rug speelt weer op dus voordat we aan de laatste klim van vandaag beginnen, nemen we opnieuw een korte pauze in de schaduw van een boom. Na een korte, heftige klim komen we aan bij het stuwmeer van Illa en de gelijknamige berghut.

Hoewel een bijzonder gebouw, steekt het stalen gevaarte schril af tegen de pracht van de Madriu-Perafita-Clarorvallei. Dit natuurgebied doorkruis je ook tijdens de Ronda dels Cims, als je verder komt dan mij ooit gelukt is, maar in tegengestelde richting. Voor ons begint de lange, relaxte afdaling naar het meer van Engolasters, ruim veertien kilometer verder. De omgeving is adembenemend mooi. Spiegelende meertjes, kabbelende riviertjes, prachtig uitzicht op de omringende bergen, speelse paadjes, sprookjesachtige hutten, het is met geen pen te beschrijven. Er heerst ook een rust in deze vallei die we de afgelopen dagen nog niet eerder zijn tegengekomen. Omdat we ruim in de tijd zitten, grijpen we een kristalhelder beekje aan om ons op te frissen. Naarmate de dag vordert, heeft de toenemende warmte een steeds grotere impact.

Rond 39 km komen we aan bij post drie waar Michael en Tyler zich over ons ontfermen. Hoewel we beter dalen dan stijgen, heeft de lengte van deze afdaling, in combinatie met de warmte, een flinke tol geëist. Linda is gekookt en ik voel me niet veel beter. Goed drinken, water bijvullen, armen en benen nat maken en weer door. Qua tijd zitten we goed, maar er komt een taai stuk aan waarvan ik vermoed dat Linda het zwaar gaat krijgen. Eerst nog een rotsachtig paadje over de flank van de berg, dan een korte klim over de kam, steil naar beneden om via een tunneltje op de vlakke paden rondom het meer van Engolasters uit te komen. Linda heeft de puf niet meer om te rennen. We zijn inmiddels elf uur onderweg en ze wordt moe. Nou ja, ze was al moe na een uur of zes, maar nu heeft ze moeite om in beweging te blijven. Gelukkig speelt de organisatie in op de hitte en zetten ze een extra drinkpost op, kilometer of vier voor de finish. De cola smaakt goddelijk!

Eindelijk zijn we het meer voorbij en mogen we weer dalen. Ik maak me zorgen om de combinatie van de technische afdaling en Linda’s vermoeidheid, maar dat blijkt niet nodig. Waar ze vlak en bergop soms struikelde door gebrek aan focus en energie, is ze naar beneden nog net zo trefzeker als aan het begin van de dag. Kennelijk is de vermoeidheid meer mentaal dan fysiek. Onderaan de afdaling is het weer hetzelfde leeggelopen aquarium-gevoel als vorig jaar: nat, glibberig, hoge luchtvochtigheid. Oppassen geblazen want de stenen zijn spekglad, maar we komen er zonder kleerscheuren doorheen. En dan sta je opeens pal voor een drukke weg waar de auto’s je voorbij razen. Onwerkelijk.

Via het zebrapad, een rotonde en een achteraf paadje komen we na 11 uur en 37 minuten uur eindelijk over de finish. Daar verwelkomen João en Carlos ons alsof we de winnaars van de dag zijn. We hebben net genoeg tijd voor een massage voordat we naar het hotel haasten voor een douche. We komen zo laat bij het diner aan dat er bijna geen borden meer over zijn. Na de briefing doen Linda en ik nog een poging om ergens een ijsje te scoren; hebben we wel verdiend, vinden we. Het is echter al te laat dus we keren terug naar het hotel. Morgen gelukkig een korte etappe. Niet makkelijk, want in Andorra, maar wel tijd genoeg ‘s middags om een beetje op adem te komen na vandaag.

previous arrow
next arrow
Full screenExit full screen
Slider

Etappe 4: Encamp – Arinsal

Met de start om half negen en een schamele 20 km voor de boeg, lijkt vandaag een rustdag. Dan reken je echter wel buiten het feit dat deze etappe Andorra doorkruist. Uit ervaring met de Mitic en Ronda dels Cims weten Linda en ik dat alles hier steil is: omhoog en omlaag. Bij de start zitten Linda en ik vrij ver voorin. Vorig jaar was er een behoorlijke opstopping bij de eerste single track, dat wil ik nu voorkomen. De organisatie kennelijk ook want de route loopt wat langer door over brede wegen. Hebben Linda en ik ons voor niks de longen uit het lijf gerend. Toch was het niet helemaal voor niks, onze positie in het treintje omhoog geeft ons een goede kans de eerste tijdslimiet ruim te halen. Ik loop op mijn eigen tempo omhoog, af en toe een blik achteruit werpend om Linda in het zicht te houden. Onze beginsprint heeft haar wat moeite gekost, maar ze lijkt dankzij de schaduw goed door te kunnen lopen. Ik besluit niet op haar te wachten tijdens de klim, maar pas bovenop waar het pad overgaat in een zonovergoten alpenweide. Vind het wel even lekker om op eigen tempo te kunnen lopen, inclusief de korte, maar prachtige afdaling vlak voor de eerste top.

Ik zit nog geen vijf minuten op een platte steen te wachten voordat Linda al aan komt lopen. Ze heeft aardig doorgelopen. Ik sluit bij haar aan voor het laatste klimmetje naar de eerste verzorgingspost bovenop Coll d’Ordino. Geconfronteerd met een camera in haar gezicht, spreekt Linda de onsterfelijke woorden: ‘This is fucking hard!’ Maar de grijns waarmee de uitspraak gepaard gaat, haalt het scherpste randje ervan af. We zijn keurig op tijd, eten en drinken wat om ons vervolgens in de afdaling te storten. Deze kennen we nog van zes weken geleden. Toen hadden we er al een zware dag opzitten, nu gaat het dalen een stuk speelser en soepeler. Het segment van lopers dat we elke dag tegenkomen, als zij ons inhalen tijdens het klimmen, gaat keurig aan de kant als we voorbij komen razen. Twintig minuten later staan we 600 meter lager en begint het middenstuk van de etappe. Op en neer, beschut en onbeschut, allerlei soorten paden, maar overwegend bos en boomwortels. Bij La Cortinada een stuk asfalt naar Arans, valsplat omhoog, maar Linda blijft doordribbelen. Sterk, na een dag als gisteren.

In Arans is de tweede verzorgingspost, maar in tegenstelling tot vorig jaar ligt deze een verdieping hoger. Okee, haalt iets van de klim af, maar je komt wel minder fris aan. We blijven niet te lang plakken want voor ons ligt de beruchte Mitic-klim. Ik schreef er vorig jaar al over. Toen viel het erg mee, maar toch zijn we allebei een tikkeltje zenuwachtig. Omdat we ruimschoots binnen de tijdslimieten lopen, besluiten we indien nodig halverwege een korte pauze in te lassen. Breekt de klim mooi op in twee goed te verteren stukken. Vanaf de verzorgingspost is het meteen raak: steil omhoog. Dan een klein stukje dalen, over een beekje heen stappen en weer steil omhoog. Dit keer houdt het niet op voordat we de top bereiken. Zoals afgesproken stoppen we net voorbij de helft om op adem te komen. Ik zie aan passerende lopers dat ze ook graag even zouden willen stoppen, toch ploeteren ze door. Snap het op zich wel, Linda en ik weten dat we deze tijd in de afdaling makkelijk goedmaken. Dat is echter niet voor iedereen het geval.

Na de pauze is het nog een klein half uur naar de top van de Coll de les Cases. Ook hier een brul van Linda: ‘Fuck you, Mitic’. Deed ik vorig jaar ook, maar iets minder vocaal. Mooi om te horen hoe Linda een stukje spanning en frustratie, maar ook euforie en overwinning, van zich af schreeuwt. De afdaling naar Arinsal is veel steiler dan hij eruit ziet de film van vorig jaar. Toch weer voor de gek gehouden door hoe een gestabiliseerde GoPro-camera het pad vlakker doet voorkomen dan deze is. Desalniettemin houden we de vaart er goed in en nog geen half uur later dribbelen we over de finish. Met 5 uur en 29 minuten onderweg blijkt dit inderdaad een rustdag. We eten wat bij een burgertentje en lopen op ons dooie akkertje het dal in naar ons hotel. De rest van de middag doen we helemaal niks: beetje op bed liggen, dommelen, foto’s bekijken, dat is het. Zelfs voorbereidingen voor de volgende dag laat ik voor wat ze zijn, kan morgenochtend ook wel.

previous arrow
next arrow
Full screenExit full screen
Slider

Etappe 5: Arinsal – Tavascan

Vandaag de koningsetappe. Niet vanwege de afstand, die valt best mee met ruim 40 km. Maar de zwaarte van het terrein, de klimmen en dat laatste, lastige pad langs een afgrond, maken dit parcours voor mij de zwaarste. Toegegeven, vorig jaar was ik op de vijfde dag in niet al te beste doen: vermoeid, griep en flink koorts. Ik kan me dan ook complete stukken van de route niet meer herinneren. Vandaag sta ik er gelukkig beter voor. Goed uitgerust na gisteren, lichaam is aardig geacclimatiseerd en de wetenschap dat er bij Àreu een vervelend lusje is weggehaald, doen mij in opperbeste stemming verkeren. Met Linda gaat het minder goed. Door haar verkoudheid en de kou vroeg in de ochtend, heeft ze moeite met ademen. Het helpt ook niet dat we vandaag het dak van de PSR aantikken op ruim 2800 meter hoogte. Maar als we na de geneutraliseerde start vanaf het hotel door Arinsal heendribbelen, lijkt het nog best mee te vallen.

Na twee kilometer slaan we linksaf een prachtige paadje in, langs een beekje en beginnen we aan de eerste klim van vandaag. Op papier valt het mee, 650 meter klimmen in 5,5 km, maar de werkelijkheid is weerbarstiger. Relatief vlakke stukken wisselen af met vinnig steile klimmetjes. Telkens wanneer je denkt dat om de volgende hoek de eerste verzorgingspost ligt, kijk je weer tegen een bergwand op. Initieel maak ik me geen zorgen om de tijd; anderhalf uur is zat. Maar na de zoveelste keer bedrogen uit te komen en de tijd die onverbiddelijk door blijft lopen, begin ik te vrezen dat we deze tijdslimiet niet gaan halen. Regelmatige blikken achteruit leren mij dat we of het laatste team zijn of dat er teams nog veel verder achter ons lopen. Die moeten dan telkens verscholen gaan achter de volgende klim. Dat lijkt me sterk want qua tempo bergop gaat het vandaag niet goed. Kan me ook niet bedenken welke teams nog achter ons zouden kunnen zitten.

Na ruim anderhalf uur komt eindelijk de Refugi Comapedrosa in zicht, tevens onze verzorgingspost. Een minuut of acht over tijd, dat is nog te overzien. Linda maakt gebruik van het toilet en ik probeer een Poolse dame over te halen zich bij ons aan te sluiten. Haar partner stopt hier; zij wil op zich wel verder, maar besluit op het laatste moment bij haar partner te blijven. Kan ik me iets bij voorstellen. In de volle overtuiging dat we nu toch echt de rode lantaarn dragen, vervolgen Linda en ik onze weg. Klein stukje dalen, dan een klim van ruim 500 meter door bruut terrein. Eerst gras, dan gras met rotsen, dan rotsen, gevolgd door rotsen met nog veel meer rotsen. Oh ja, ook twee meertjes die er prachtig bij liggen. Geen sneeuw dit jaar. Waar we nu aan het klimmen zijn, ga je tijdens de Mitic en de Ronda dels Cims naar beneden. Herinnert me er meteen aan dat wat omlaag niet zo steil lijkt, omhoog vies tegenvalt.

Als we het tweede meertje passeren, lopen we pardoes een mistbank in. Het zicht is beperkt tot een meter of tien, net genoeg om het volgende vlaggetje te vinden. Gelukkig kunnen we ook op het geluid van een koeienbel afgaan, waarmee Michael al urenlang deelnemers naar de Portella de Baiau lokt. Jammer dat het zicht nihil is anders hadden we hier kort gepauzeerd. De combinatie mist, wind en lage temperatuur doen Linda besluiten meteen aan de afdaling te beginnen. Ik maak een praatje met Michael en kom zo te weten dat er nog vier teams achter ons zitten. Okee, dat valt mee. Als ik over de rand van de afgrond kijk, zie ik Linda met in haar kielzog Jane Williams. De brute afdaling was de Britse teveel geworden; hyperventilerend stond ze aan de grond genageld. Linda bracht haar weer op gang met wat aanmoediging en duidelijke instructies. Dat gaat zo goed dat ik pas achteraf besef hoe zwaar Jane het heeft: op het oog daalt ze even soepel als Linda.

Vorig jaar liep ik hier met een camera en moest ik mijn aandacht verdelen tussen filmen en niet op mijn bek gaan. Nu kan ik me volledig focussen op de afdaling en alle lol die daarbij hoort. Ik stort mezelf naar beneden, dansend en skiënd op de mini-lawines van steenslag die onder mijn voeten ontstaan. Alleen wanneer ik een andere deelnemer nader, neem ik gas terug. Beetje lullig als die persoon een nek vol grind krijgt door mijn gestuntel. Voor ik het weet, ben ik Linda en Jane voorbij. Tijd voor wat foto’s. Nu het lastigste deel van de afdaling erop zit, kan ik wat meer om me heen kijken. Even ben ik stomheid geslagen. Was ik hier vorig jaar ook? Moet wel, de route is niet veranderd. Kennelijk was ik door mijn vermoeidheid en koorts zo in mezelf gekropen dat ik geen oog had voor het magistrale landschap van de Alt Pirineu. Maar goed dat ik dit jaar teruggekomen ben. Hoe beschrijf je deze natuurpracht in hemelsnaam? Weet je wat, ik laat de foto’s lekker het woord doen.

Nadat we Refugi Baiau passeren, maak ik een praatje met Tyler. Hij is vanaf de volgende verzorgingspost helemaal hiernaartoe gewandeld, een slordige zes kilometer met 700 hoogtemeters. Held. Linda is op haar gemak verder gerend en in geen velden of wegen meer te bekennen. Door de tientallen foto’s die ik maak, loop ik ook niet op haar in. Pas wanneer ik besluit om flink aan te zetten en de Argentijnen in te halen, zie ik haar in de verte lopen. Zogauw ik haar voorbij loop, zie ik haar stralen van geluk. Dit soort gebieden is waarvoor ze omhoog ploetert. Niet alleen de adembenemende omgeving, maar ook de rust en het gemak waarmee ze over deze paden rent. Het summum van trailrunning, zeg maar. Helaas komt aan alles een einde, zo ook aan deze prachtige vallei. We komen aan bij post twee.

Daar blijven we een minuut of tien hangen, voornamelijk voor soep, cola, brood met jam en fruit. Voor de zekerheid ook ons water bijvullen. Als we vertrekken, lopen we prompt verkeerd. Bizar, want de afslag naar het paadje links, staat stijf van de markering. Een viertal Britse dames voor ons komt terug omhoog lopen, pas dan beseffen we dat wij ook verkeerd zitten. De schade valt mee en het gemarkeerde paadje is veel mooier dan het brede gravelpad waarop we liepen. Na een kilometer of zes is het echter gedaan met de pret, dan lopen we over asfalt tot aan Àreu. Onderweg stoppen we kort zodat Linda zich af kan koelen in een prachtig beekje. Kort daarna zijn we alweer bij verzorgingspost drie.

Hier begint de tweede verticale kilometer van vandaag. Minder pittig dan de eerste, maar we hebben er al ruim 6,5 uur opzitten. Wat tijdens eerdere etappes al opviel, wordt vandaag nog maar eens bevestigd: Linda heeft door de nadruk op krachttraining te weinig volume opgebouwd. Ja, ze liep bijna elke maand een ultra, maar die waren meestal van relatief korte duur. Nooit meer dan zes tot zeven uur. Als je dan opeens dag in dag uit tussen de zes en twaalf uur onderweg bent, breekt het een keer op. Net als gisteren knippen we deze klim op in twee stukken met halverwege een korte pauze. Het lijkt zonde om tien minuten te verliezen, maar een klim van dik twee uur splitsen in twee keer 1 uur, is zowel mentaal als fysiek beter behapbaar. Bovendien voelen we ons na de meeste pauzes een stuk frisser en sterker dan ervoor. Het werkt niet voor iedereen maar Linda en ik hebben er een goede modus in gevonden.

Na de pauze halverwege, beginnen we zowaar mensen bergop in te halen. Er vormt zich een treintje met Linda voorop. Ik trek een korte sprint om deze situatie op de gevoelige plaat te zetten, sluit dan weer braaf aan in de passerende trein. De hoogtemeters tellen gestaag af en na twee uur klimmen, lopen we het bos uit en bevinden we ons op de grassige Coll de Tudella. Nog geen drie kwartier later komen we na een prachtige afdaling aan bij de vierde verzorgingspost in het dorp Boldís Sobirà. De huizen en smalle straatjes hebben wat weg van de Portugese dorpjes in de PGTA. Na de post begint het stuk waar ik tegenop zag: een smal pad over de flank van een steile helling. Vorig jaar had het flink geregend en was het paadje verraderlijk glad en onbetrouwbaar. Vandaag valt dat alleszins mee en kunnen we goed doorlopen. Ook het uitzicht is dit jaar een stuk aangenamer: minder wolken en mist, meer zon.

Twee kilometer voor de finish volgt een pittige afdaling. Ondanks Linda’s vermoeidheid en opkomende misselijkheid, werken we deze vlot af. En zo staan we opeens pal voor de finishboog. We moeten er met een lusje rechtsaf, linksaf naar toe, maar dan zijn we na 10 uur en 47 minuten eindelijk in Tavascan. Ik voel me nog best goed, heb alleen pijnlijke voetzolen. Linda is echter compleet gesloopt en laat haar emoties de loop. Een knuffel van Bear, één van de talrijke schatten van vrijwilligers, fleurt haar op. Ook de felicitaties van andere deelnemers doen haar goed. Voor mij viel deze etappe vergeleken met vorig jaar nog best mee, maar ik had toen ook wel een hele slechte dag. Zo blij dat ik de Alt Pirineu-vallei bij volledig bewustzijn heb kunnen doen. Ik sla de reguliere massage over voor een voetbehandeling. Beentjes voelen prima, voetzolen en -boog hebben extra aandacht nodig. Daarna snel douchen en omkleden om op tijd bij het diner en de briefing te zijn.

previous arrow
next arrow
Full screenExit full screen
Slider

Etappe 6: Tavascan – Esterri d’Àneu

Voordat de wekker afgaat, ben ik wakker; voel meteen dat het mis is. Krijg mijn ogen niet open, pijn in mijn keel, neus zit halfdicht en mijn hoofd vol met watten. Tja, het zat eraan te komen: Linda’s verkoudheid is op mij overgeslagen. Met pijn en moeite worstel ik me door het ontbijt heen. Zelfs bij de start voelen mijn ogen alsof ze nog steeds dichtgeplakt zitten. We beginnen met een vrij makkelijke klim naar de eerste verzorgingspost, al op zes kilometer. Keurig op tijd komen we aan en we zijn niet eens laatste. Toch voel ik me nog steeds belabberd. Ik houd het slechte nieuws voor me, het heeft weinig zin Linda hiermee te vermoeien. Ze heeft nog steeds last van kortademigheid.

Na de post beginnen we aan de eindeloze klim naar het hoogste punt. We lopen soms onder, soms parallel aan een skilift. Ik heb het niet zo op skihellingen. Nauwelijks opstapjes, kuiten constant onder druk en meestal dodelijk saai. Wat betreft uitzicht en omgeving valt het nog mee, de fysieke ongemakken blijven. Linda krijgt door dat ik regelmatig achterop raak. Slechte dag, antwoord ik op haar vraag of het wel gaat. Understatement. Als ik besef dat ik mezelf een negatieve spiraal in aan het jagen ben, word ik kwaad. Stomme slapjanus, kappen met janken en doorlopen met je kadaver! Ik beloof mezelf een rustmoment als ik het komende uur flink doortrap naar de bergwacht bij het meer. Kijk, dat werkt beter. Ik passeer Linda en andere deelnemers alsof de duivel me op mijn hielen zit. Snakkend naar adem bereik ik de bergwacht. Hij kijkt me aan alsof ik gek geworden ben. Met een grijns van oor tot oor, plant ik mijn achterste op een door de zon verwarmde steen. He he, effe zitten.

Tien minuten later komt Linda aangesjokt. Ze ziet er frisser uit dan ik, maar heeft dan ook rustiger aan gedaan. Samen lopen we langs het meer, op weg naar deel twee van de klim. Ik heb al mijn kruit verschoten en Linda ging al niet zo snel. In gesynchroniseerde slow-motion harken we de berg op. Een luttele honderd meter achter ons, loopt de parcours-opruimer. Ik zwaai, hij zwaait en we ploeteren weer verder. De tijd strekt zich oneindig uit. Waar blijft die verdomde top? Dan herken ik de minuscule single track waar Linda loopt. Nog één keer linksaf en een stukje omhoog. In de verte zie ik de twee vrijwilligers die ons het niet-bestaande pad aan moeten wijzen. Yes, gehaald!

Linda dendert meteen naar beneden. Het pad is nauwelijks zichtbaar maar ze richt zich op een team dat net voor ons ligt. Ik ga even zitten, maak een praatje met de vrijwilligers en wacht totdat de parcours-opruimer zich meldt. We ouwehoeren er lekker op los, houden een schuin oog naar Linda’s progressie. Als ik aanstalten maak om te vertrekken, manen de vrijwilligers de parcours-opruimer om mij voor te laten gaan. Anders heb je hem zo in je nek hijgen, grappen ze. Ik laat de kettingen voor wat ze zijn, spring de diepte in en ren op volle snelheid naar de graat. Pas wanneer ik het Canadese team onder me zie, wanhopig op zoek naar een pad, rem ik af en leid ik ze uit hun benarde situatie. Van een hulpeloze lemming omhoog naar een helpende hand in de afdaling, dat alles in nog geen tien minuten tijd. Het loopt soms raar.

Eenmaal op de graat van de Collada dels Tres Estanys, stop ik voor wat foto’s. De drie meren liggen er weer prachtig bij. Stap stap, foto, stap stap, foto. Het schiet niet erg op, maar in de verte zie ik Linda naast Michael zitten, dus ik heb geen haast. Vorig jaar was dit gebied volledig ongerept, nu zie je de eerste tekenen van menselijk ingrijpen: palen met route-markering, houten vlonders over drassige stukken, kettingen ter ondersteuning van steile klimmen, enzovoorts. Ergens wel jammer. Juist het feit dat hier nooit iemand kwam, maakte dit deel van de etappe zo bijzonder. Ach, het is nog steeds buitenaards mooi. Na een korte pauze, nemen we afscheid van Michael en Tyler. Zij lopen met de Canadezen mee naar beneden, wij gaan daar niet op wachten. Als we langs het laatste meertje lopen, zien we de poort waar de echte afdaling begint. Steil naar beneden, nauwelijks renbaar. Onvoorstelbaar dat Michael en Tyler hier omhoog gekomen zijn.

Het eerste deel van de afdaling is oppassen geblazen. Niet alleen een smal pad met veel losse stenen, maar ook een afgrond links waarmee je ongewild heel snel beneden bent. We zigzaggen de berg af tot we op een breed gravelpad stuiten. Daar haal ik Linda in, net voor de tweede post. Vanaf hier is het een makkie, op een laatste klimmetje rond de 25 km na. We lopen een lekker tempo. Linda heeft de smaak te pakken en dribbelt moeiteloos door op vlak en valsplat terrein. Bij het dorpje Unarre is nog een laatste post met water en cola. De rest van de route tot aan de finish loopt over slingerende bospaadjes langs een beekje. Vergeleken met al het geweld van de afgelopen dagen, is dit kinderlijk eenvoudig. We voelen ons beiden een stuk beter dan eerder op de dag en hebben zowaar lol in het hardlopen zelf. Twee kilometer voor het einde, lopen we tegen het laatste klimmetje aan. Het stelt echt niks voor, nog geen vijf minuten. Ik knal in eigen tempo omhoog en wacht bij de top op Linda. Dat duurt niet lang: ook zij heeft topbenen. Nog een klein stukje langs de rivier over een verharde weg, linksaf de brug over en we komen aan in Esterri d’Àneu. De eerste 11 km en 1500 hoogtemeters in ruim 3,5 uur, de afdaling van 16 km in dik 2,5 uur, voor een totaal van 6 uur en 21 minuten.

Na de finish verspil ik geen minuut en trommel ik wat mensen op voor het hoogtepunt van vandaag: Sherry Burger. Heb hier stiekem de hele dag naar uitgekeken. Ik weet niet of dit de beste hamburgers ter wereld zijn, maar na zes etappes smaken ze wel zo. Samen met Tyler, Melissa, de Bruce Brothers, Linda en Ron genieten we van deze traktatie. Daarna een massage, naar het hotel, douchen en relaxen. De middag is nog jong dus ik voeg me bij een groepje PSR-lopers die een lokaal terras onveilig maken. Het gezelschap bestaat uit Schotten, Britten, Australiërs, Amerikanen en Nederlanders. We hebben de grootste hilariteit over taalgebruik, vooral wanneer de Engelstaligen op elkaar beginnen te vitten. Met een enorme glimlach, natuurlijk. De tijd gaat snel als je lol hebt en voor we er erg in hebben, begint het diner alweer. Na een kritische blik op het aanbod, besluiten Linda en ik ons nog een keer tegoed te doen aan een Sherry burger. Na de briefing gaan we snel naar bed. Morgen is de start om zeven uur.

previous arrow
next arrow
Full screenExit full screen
Slider

Etappe 7: Esterri d’Àneu – Salardú

De laatste dag alweer. Nog één hele mooie etappe en dan zit de PSR erop. Echter, niet onderschatten wat er vandaag voor ons ligt. Het begint met een tijdslimiet waarover ik me vanaf de eerste dag zorgen heb gemaakt. Een uur en drie kwartier voor zeven kilometer en dik 1000 hoogtemeters. Klinkt niet heel spannend, maar na zes dagen onderweg en met de rest van de etappe in het achterhoofd, moeten we secuur omgaan met onze krachten. Te langzaam omhoog en je haalt de limiet niet; te snel en de rest van de dag wordt een martelgang. Vorig jaar hadden we tot de eerste post twee uur en twintig minuten; een stuk comfortabeler. Maar goed, we weten dat de organisatie positief flexibel is met doorkomsttijden, dus we besluiten conservatief te stijgen. Ik was even vergeten wat voor taai begin deze etappe heeft. Initieel vrij makkelijke paden door het bos. Maar na ruim een uur verliezen we de beschutting en lopen we door een open veld, schuin tegen een grashelling op. Dan herinner ik me opeens hoe lastig dit stuk is. Ik waarschuw Linda, zet mijn verstand op nul en hark naar boven. Uiteindelijk zijn we maar twee minuten te laat. Geen slecht begin, vooral omdat we beiden nog relatief fris zijn.

De afdaling die volgt, is helaas veel te kort. Wel mooi, we genieten met volle teugen. Dan is het tijd voor deel twee van de klim. Een prachtig pad tussen de bomen, over enorme rotsblokken en langs kabbelende beekjes. De uitzichten worden fraaier, het terrein ruiger. Na een uur van deze pracht, staat Linda opeens aan de grond genageld. Voor haar ligt een sprankelend bergmeertje, genesteld tussen rotsen en bomen. Als ik dichterbij kom, zie ik de tranen over haar wangen rollen. De sereniteit en adembenemende schoonheid van dit natuurlijke schouwspel, laten niemand onberoerd: ook ik heb een brok in mijn keel. Met wat tegenzin, zet Linda zich weer in beweging, maar ik verzeker haar dat dit slechts het begin is. Er staat ons nog zoveel moois te wachten in het Aigüestortes natuurpark.

Na weer een stukje klimmen, volgt een dal vol met enorme rotsblokken. Blij als een kind stuiter ik naar de overkant. Het maakt niet uit hoe slecht ik me voel of hoe vermoeid ik ben: als er van steen naar steen gesprongen kan worden, fleur ik helemaal op. Niet iedereen is even blij met dit deel van de route, getuige de spanning op sommige gezichten. Gelukkig is het niet gevaarlijk. De rotsblokken zijn stabiel, geen enge spleten en met gepaste voorzichtigheid, komt iedereen er goed doorheen. Als we het rotsblokkenveld overgestoken zijn, volgt een kort klimmetje het dal uit, dan een afdaling naar het meertje dat aan de voet van een monsterklim ligt. Nou ja, monsterklim. Hij is steil, best lang en ik weet dat we minstens twee valse toppen over moeten. Vandaar de pauze aan het meer. Even op adem komen, genieten van de omgeving en voorbereiden op wat komen gaat.

Vorig jaar verspilde ik kostbare tijd door via de puinhelling omhoog te klauteren. Dit jaar pakken we het verstandiger aan, dus we volgen het nauwe paadje ernaast. Bij Linda is de pauze minder goed gevallen dan gehoopt. Ze heeft het hier zwaar. Kan ook wat te maken hebben met de inmiddels flink opgelopen temperatuur. Vanochtend liepen we voornamelijk in de schaduw, behalve het open veld, nu is er geen greintje beschutting meer te bekennen. Ik loop op eigen tempo door en hou haar constant in de gaten. Na ruim een uur kom ik aan bij het laatste meertje voor de steilste klim van vandaag: 100 meter recht omhoog over gras bezaaid met stenen. Omdat ik erop reken, valt de klim me minder zwaar dan vorig jaar. Ook Linda houdt zich hier goed en sjokt gestaag door. Eenmaal bovenop de Coll de Basiero puffen we even uit. De afdaling is een pittige. Steil omlaag, veel steenslag en een aantal deelnemers die zich hier geen raad mee weten. Ik word bijna omver gekegeld door een vallende Fransoos, maar weet me schrap te zetten en onze armen in elkaar te haken. Zo behoed ik mezelf, Linda en de Fransman voor een slechtere afloop.

Nu het gevaarlijkste deel van de afdaling voorbij is, kunnen we wat rustiger om ons heen kijken. We lopen in een komvormige vallei, bezaaid met stenen in de meest uiteenlopende formaten. Hier en daar een meertje, begroeiing en in de verte een oranje huisje. Daar moeten we naartoe. Het nutteloze lusje van vorig jaar, even de refugi aantikken, blijft ons bespaard. Bij de drinkpost blijven we niet te lang hangen, er resteert immers een laatste klim. Niet zwaar of lastig, maar het moet nog wel even gebeuren. Waar we bij de vorige top een paar minuten te laat waren, zijn we keurig op tijd bij de Coll del Llac Glaçat; toch weer een half uur goed gemaakt in de afdaling. Vanaf de top hebben we zicht op het stuwmeer onder ons en kunnen we in de verte zelfs Refugi de Saboredo zien liggen. Daar is de tweede verzorgingspost, beroemd om de soep die men serveert. Voordat we vertrekken, laten we onze overwinningsroes op de gevoelige plaat zetten.

Voordat we het stuwmeer bereiken, moeten we nog door een lastige passage. Een aantal vrijwilligers van de organisatie, onder andere Emily, helpt de vermoeide lopers door een couloir omlaag. Met zeker zes deelnemers voor me, duurt het me te lang. Ik kijk eens kritisch naar de rotswand pal onder me. Moet te doen zijn. Nog voordat mijn brein de gedachte afmaakt, is mijn lichaam al halverwege. Twee meter boven de grond ontbreekt het echter aan richels om mijn voeten op te plaatsen. Ik laat me gaan, glij een stukje op rug en kont naar beneden, draai mijn lichaam om, zet met handen en voeten af en land achterstevoren naast een verbouwereerde vrijwilliger. Hij kijkt me aan alsof ik gek geworden ben. Emily staat te grijnzen en noemt me Spiderman. Ik ga ervan uit dat het als compliment bedoeld is.

Linda is ook beneden voor de vrijwilligers het door hebben. Ze glipt heel handig langs alle uitgestoken handen en landt lichtjes in een draf, op weg naar beneden. Vergeleken met het terrein tot nu toe, is dit deel goed renbaar. Langs het stuwmeer, de dam, klein bultje op, belanden we bij de tweede post, ruim een half uur voor de limiet. We doen ons tegoed aan brood, soep en een bekertje cola. De deelnemers die we zojuist achter ons lieten, haasten zich langs de post, op weg naar het dal. Wij doen het rustiger aan. Zo rustig zelfs dat het de vrijwilligers opvalt. Ze complimenteren onze kalmte en vermogen om van elk moment te genieten. En zo is het ook. Nu de zwaarste beproeving voorbij is en we alleen nog bergaf naar de finish hoeven te lopen, hebben we geen haast meer.

Na een minuut of twintig, onze buikjes en rugzakken gevuld voor het laatste deel, vervolgen we onze weg. We doorkruisen de zoveelste prachtige vallei met sprankelend water, veel groen en natuurlijk de onvermijdelijke overvloed aan rotsen en stenen. Linda poseert naast een enorme kei waar met twee stenen een lachend gezicht van gemaakt is. Dan bereiken we de plek waarvan ik vorig jaar op de video zei dat dit typisch een stekkie voor Linda is. Kabbelend beekje, imposante berg op de achtergrond, hier en daar wat bomen, serene natuur zover het oog reikt. Omdat we bij de post al een flinke pauze genomen hebben, talmen we niet. Wel neem ik nog een foto van Linda zoals je haar zelden ziet: intens gelukkig, opgaand in haar omgeving, op het meditatieve af.

Het pad verandert langzaam van een single track in een stenig karrenspoor naar een breed gravelpad. De kronkelende vallei maakt plaats voor een breed dal, geflankeerd door beboste hellingen. Ik kan een zweem van melancholie niet onderdrukken. Het zit erop. Wat resteert, is een relatief saaie, makkelijke afdaling naar Salardú. De pest is dat het zo lang duurt. Er komt schijnbaar geen einde aan het gravelpad. Ik vergis me ook nog eens door op mijn horloge de finish met de laatste waterpost te verwarren, een tegenvaller van dik vier kilometer. Ik merk aan Linda dat ze er wel een beetje klaar mee is. Ze bijt zich vast in een tempo dat haar zo snel mogelijk bij de eindstreep brengt, zonder zich volledig op te blazen. Zelfs valsplat bergop vertikt ze het om te wandelen.

Vlak voor het dorp Baqueira, komt een Frans team ons achterop. Normaal gesproken haalt niemand ons bergaf in, maar net als wij, ruiken ook zij de stal. Echter, als ik ze maan om ons te passeren, willen ze daar niks van weten. Sterker nog, ze staan erop dat wij voor hen finishen. Hun team heeft helaas niet alle etappes gezamenlijk kunnen volbrengen, maar ze hebben dag in, dag uit gezien hoe zwaar Linda het had tijdens de klimmen en hoe fantastisch ze zich herpakte in de afdalingen. Daarom is het voor hen vanzelfsprekend dat zij achter ons blijven. Ze nemen zelfs wat gas terug om ons in alle rust te laten finishen. Geweldig, dat soort hoffelijkheid!

We zijn inmiddels aanbeland in de bebouwde kom. Nog een kilometer te gaan. Ik waarschuw Linda voor een stukje bergop in Salardú zelf. We wandelen een paar passen, maar als de muziek in volume toeneemt en de omroeper ons aankondigt, rennen we de laatste meters omhoog. We nemen de trap met twee treden tegelijk. Ik houd iets in zodat Linda voorop loopt, heb namelijk een idee van de ontlading die komen gaat. Ze stelt niet teleur. Met een oerschreeuw van vreugde en opluchting, haar armen in de lucht, stapt ze onder de finishboog door. We vallen in elkaars armen en laten onze emoties de vrije loop. Even alleen oog voor elkaar. Maar het duurt niet lang voordat we omhelst worden door andere deelnemers en mensen van de organisatie. Felicitaties, knuffels en high-fives alsof het niet op kan. Beetje overweldigend, maar zo mooi en gemeend. Alleen dat al maakt de PSR tot een heel bijzonder evenement.

Na de gebruikelijke routine van eten, drinken en massage, halen we de laatste lopers binnen, gevolgd door de parcours-opruimers. Terwijl de organisatie het finishterrein ontmantelt, pakken wij een welverdiende douche in ons hotel. Daarna terug voor het diner, een laatste briefing en de uitreiking van het finishers-windjack. Na de laatste felicitaties maakt de meute zich op voor de afterparty ergens in het dorp. Wij slaan over: Linda is te moe, ik ben te hongerig. Er was voor mij weinig te eten, dus ik zoek samen met Remco en Inge een restaurantje om onze honger te stillen. Eerst weigeren ze ons, het is te laat, maar de kok strijkt over zijn hart en maakt wat voor ons klaar. Het is ruim na twaalven voordat ik op bed lig. Ach, morgen uitslapen: de bus vertrekt pas om negen uur.

previous arrow
next arrow
Full screenExit full screen
Slider

Nawoord

Er zijn mensen die het vertikken dezelfde tocht twee keer te lopen. Kan ik inkomen, er is immers zoveel moois. Waarom zou je dan op herhaling gaan? In Portugal voegt Carlos regelmatig nieuwe routes toe aan PGTA en FCDTA. De TAR wisselt elk jaar tussen de Oost- en de Westroute. De PSR niet. Afgezien van een enkele, kleine aanpassing, waren de etappes exact hetzelfde als vorig jaar. Toch voelde de PSR 2019 als een compleet andere tocht. Verdubbeling van het aantal deelnemers, Linda als teammaat in plaats van Jeremy, weinig terugkerende lopers, het droeg allemaal bij aan een nieuwe beleving. Daarnaast is er onderweg zoveel te zien dat je misschien juist een paar keer terug moet komen om echt niks te missen. Ik ben er volgend jaar sowieso weer bij. Het zijn niet alleen de omgeving en het type evenement die een enorme aantrekkingskracht op mij uitoefenen. Die eer is namelijk voorbehouden aan de mensen: organisatie, vrijwilligers en deelnemers. Stuk voor stuk helden, schatten en bijzonder volk. Wat boeit een beetje herhaling als je een week lang, volledig verzorgd en ontzorgd, met gelijkgestemden kunt genieten van de prachtige natuur die de Pyreneeën te bieden heeft?

Comments