LEO180 2019

Introductie

Lees voor een uitgebreide beschrijving van de LEO mijn verslag uit 2018, specifiek de introductie. Verschil tussen vorig jaar en dit jaar zijn de gebruikelijke 10 kilometer extra, een grotendeels nieuwe route en vrije keuze hoe deze route te lopen. Volg je het nog? In plaats van één lange ronde, zijn er drie lussen, vernoemd naar de winnaars van vorige edities. De Martino-lus (rood) lijkt nog het meest op het parcours van vorig jaar, met klinkende namen als Reeshof, Loonse en Drunense Duinen, Kampina en Oisterwijk. De Pascal- en Neequay-lussen hebben als middelpunt In den Bockenreyder. Pascal (blauw) doet de Rovertsche Heide en Landgoed De Utrecht aan, Neequay (groen) neemt Landschotse Heide, Oirschotsche Heide en Buikheide voor zijn rekening. De volgorde waarin je de lussen loopt alsmede de richting, met de klok mee of tegen de klok in, is aan de lopers. Dat maakt het er logistiek niet makkelijker op, maar het introduceert wel een interessant aspect. Waar loop je ’s nachts, met wie ga je op pad, hebben zij dezelfde plannen, etc. Komt nog bij dat je rond de helft terug bent bij LEO HQ. Best een dingetje zijn als je er doorheen zit.

Geen zin

Ik noemde het al in mijn verslag van de Indian Summer Ultra: ik zag het niet zitten om de LEO te lopen. Zelfs als je 100% fit bent, is het een monstertocht. De combinatie van tijdsdruk, zelf navigeren, geen verzorging, een lange nacht en serieus verlaten gebieden, maakt de LEO zwaarder dan je denkt. 210 km is al geen kattenpis, maar de afstand is niet het ergste. Die eer blijft voorbehouden aan de technische en regelmatig compleet verborgen paadjes. Als ik het tijdens de ISU al zwaar heb op een goed gemarkeerd parcours, ben ik volledig kansloos in Brabant. Maar goed, twijfel komt en gaat. Ik nam me voor om tenminste voorbereid te zijn op het weekend. Dan kan ik tot op het laatste moment wachten met mijn besluit om wel of niet te starten. Met twee massages en een pedicure waren benen en voeten tiptop in orde. Bleef alleen het prepareren en inpakken van mijn rugzak en dropbag over.

Naar de start

Jaco de Ruiter pikt mij op vanaf station Utrecht. Rondom de stad staat het verkeer vast, dus we eten wat bij de McDonald’s in Nieuwegein. Tegen de tijd dat we klaar zijn, is de meeste file opgelost. Uur of acht komen we aan in Goirle. We drinken een biertje op LEO HQ: vorig jaar nog een schuur, dit jaar een complete woning. De sympathieke eigenaar is aan het verhuizen en stelt dit weekend zijn huis beschikbaar. Uurtje later zet Jaco me af bij Casa di Renzo, zelfde hotel waar ik vorig jaar ook verbleef. Ik lig om tien uur op bed. Mijn hoofd zegt zestig-veertig: 60% kans dat ik morgen start, 40% kans dat ik de lopers uitzwaai. Klinkt positief, is het echter niet. ’s Ochtends (of ’s nachts in dit geval) zie ik veel meer tegen de start op dan ’s avonds. Vrij grote kans dus dat morgen niks wordt.

Wel zin

Tot mijn grote verbazing word ik wakker met zin. Zin in een lange tocht, zin in samenlopen met Mike Bruce en zin in een beetje afzien. Qua cijfers is het zeventig-dertig. Die zag ik niet aankomen. Jaco pikt me om half zes op. De keuken op LEO HQ zit bijna vol met alle deelnemers. Even voor zes krijgen we nog een soort van briefing. Net als vorig jaar beknopt en duidelijk: lopen, navigeren, LEO bestaat niet. Geen tijdslimieten dit jaar, want geen verzorgingsposten onderweg. Nou ja, één tijdslimiet: zaterdag moet je voor 23:00 uur terug zijn op LEO HQ, ongeacht welke lus je eerst loopt. Dat geeft 17 uur voor de eerste helft, 19 voor de tweede. Gezien de nacht en de tijd die je op HQ blijft plakken, zijn die twee extra uren geen overbodige luxe.

Ik neem me voor om de LEO te starten alsof er niets aan de hand is. Boeien dat ik niet fit ben, we zien wel wat er gebeurt. Ik kan alles het hoofd bieden, maar spreek met mezelf af dat ik de grens trek bij diarree en/of braken. Ben met beide ongemakken al eens verder doorgelopen dan verstandig was, hoeft van mij niet nog een keer. Al het andere dat op mijn pad komt, beoordeel ik wanneer het zover is. Oorspronkelijke insteek was überhaupt niet starten, dus elke kilometer is bonus. Als ik er dan ook nog een beetje van kan genieten, wordt dit een hele mooie dag.

Plan

Mike en ik hebben een plan. Eerst de Martino-lus tegen de klok in. Waarom? Dan heb je meer dan de helft gedaan als je op HQ aankomt zaterdagavond. Vorig jaar met de klok mee, dus nu tegengesteld. Bijkomend voordeel is gegarandeerd licht in Oisterwijk, Kampina en de Loonse en Drunense Duinen. Geen gedonder met boswachters dus. Met nog een minuut te gaan zetten Maarten en Marek ons op de foto. Lekker zootje ongeregeld, maar leuk volk.

Van LEO HQ naar de Belvertshoeve

Met een brul stuurt Marek ons weg. Mike en ik zetten een rustige dribbel in. Zijn handheld Garmin kan geen satellieten vinden, maar op mijn Garmin horloge is de route ook goed te volgen. Ik moet hem wel even terugfluiten als hij in gesprek met Willem Mücher en Berry Snoeren de eerste afslag voorbijloopt. Mark Wagenaars sluit bij ons aan en gedrieën beginnen we aan de Martino-lus tegen de klok in. Na dik twee kilometer komen twee lampjes ons tegemoet: het zijn Tim Weißbach en Björn Niehenke. Zij lopen eerst de lussen van Pascal en Neequay maar zo dicht bij HQ overlapt de route een paar keer.

Oisterwijk

Ons tempo is bedaard. Vorig jaar startten we beiden te snel, kregen we later last van. We lopen rond de 9 km/u, nog steeds rap, maar we zijn fris en vertragen kan altijd nog. Na een uur wordt het licht en kunnen de lampjes af. Altijd een prettig moment. Tot nu toe was het terrein niet heel inspirerend, maar de Oisterwijkse Bossen en Vennen brengen daar verandering in. Rond tien uur krijg ik een berichtje van Aad Terwiel. Hij heeft ons net gemist in Oisterwijk maar wenst ons succes. Als we het bos uitlopen en de parkeerplaats oversteken waar vorig jaar de eerste verzorgingspost was, struikel ik bijna over twee slapende ganzen. Ik was te druk bezig met zoeken naar een koffietentje. Helaas, ik moet het qua wakker worden doen met een hoop kabaal van onze gevederde vrienden.

Kampina

We steken de Oirschotsebaan over en lopen direct Kampina in. Fijn om dit natuurgebied in het licht te doorkruisen. Vorig jaar was het hier best spannend. Wegens patrouillerende boswachters deden we onze hoofdlampen uit. In de plotseling opstekende mist liepen Mike en Dennis bijna de plomp in. Nu gaat het allemaal een stuk makkelijker. Toch moeten we op blijven letten omdat Maarten en Marek ons regelmatig over paadjes sturen die officieel niet toegankelijk zijn. Na 30 km slaan we rechtsaf en is er helemaal geen pad meer. We banen ons een weg door bos, over graspollen en langs een slootje. Verderop staat een hek dwars over de route: eromheen dan maar.

Regen

Ik loop al een paar kilometer met een vervelende, doffe pijn in mijn linkerknie. Meestal gaat dat vrij snel weg, maar nu niet. Normaal gesproken maak ik me daar niet zo’n zorgen om, maar met nog ruim 170 km te gaan, gaat het pijntje aann mijn kop zeuren. Niet heel lang gelukkig want een plotselinge weeromslag leidt mijn aandacht af. Tot nu toe was het droog en aangenaam qua temperatuur. Toenemende motregen en een fel opstekende wind, precies in een open stuk van Kampina, brengen daar verandering in. De temperatuur dropt een paar graden en de horizontale motregen doorweekt ons in een mum van tijd. Elk nadeel heeft echter zijn voordeel: door de kou en misère denk ik niet langer aan mijn knie.

Belvertshoeve

Ik heb koffie nodig en snel ook. Stuk appeltaart en een haardvuur stel ik zeer op prijs, maar een sterk bakkie leut heeft absoluut prioriteit. Kort overleg met Mike leert dat hij een pauze ook wel ziet zitten. Komt mooi uit want we zijn bijna bij de Belvertshoeve. Binnen worden we ontvangen als gewaardeerde gasten. We krijgen een plekje bij een heus haardvuur; het bordje ‘gereserveerd’ mogen we negeren. We bestellen koffie, cola en een flink stuk huisgemaakt appelgebak. Omdat het allemaal niet op kan, neem ik ook nog een smoothie. Na een half uur, buikje gevuld en iets droger dan bij aankomst, vertrekken we weer.

Van de Belvertshoeve naar de Roestelberg

Tot nu toe liep Mark redelijk constant een paar minuten achter ons. In Kampina verloor hij tijd, maar door de pauze loopt hij nu ruim voor ons. We zijn dus officieel dragers van de rode lantaarn. Omdat iedereen verschillende lussen in meerdere richtingen loopt, zegt dat niet heel veel. Maar Mike en ik zijn ons er terdege van bewust dat het niet erg vlot gaat. Over de eerste 40 km doen we 5,5 uur, inclusief koffiepauze. Als we dit volhouden zitten we goed, maar we maken ons geen illusies. In de nacht vertragen we aanzienlijk en het zou fijn zijn als we ruim de tijd hebben halverwege op LEO HQ.

Helvoirt

Ik kan het niet laten om in Helvoirt even langs de supermarkt te gaan voor een ijskoffie en een appelflap. We zijn weliswaar nog maar 12 km onderweg sinds onze laatste pauze, maar vanaf hier begint een vrij verlaten gebied. De eerstvolgende mogelijkheid tot eten en drinken ligt pas rond de 65 km. Dan hebben we ook een deel van de zware Loonse en Drunense Duinen erop zitten. Gaat nog wel even duren dus. Net voorbij Helvoirt komen we Erwin Deckers tegen. Hij ziet er nog goed uit en heeft het naar zijn zin. Snel een selfie en weer door. Twintig minuten later is het de beurt aan Paul Bremmers om op de foto te gaan. Hij merkt op dat we beter af zijn met paardenhoeven dan met trailschoenen. Ik gok dat hij doelt op het mulle zand waar we al een poosje doorheen ploegen. Nog eens twintig minuten later komen we Frank Harreman tegen. Het MTB-pad waar wij nog aan moeten beginnen, heeft hem flink gesloopt.

De Rustende Jager

Het is inderdaad een lastig deel van de route. Een ex-MTB-pad waar om de paar meter een grote hap grond uit is genomen. Paar passen vlak, grote opstap en diepe afstap, je loopritme wordt er niet beter van. Eenmaal in de duinen, krijgen we pittige klimmetjes voor onze kiezen. Steil omhoog, net zo steil naar beneden, veelal door mul zand. Het levert mooie plaatjes om maar ons tempo lijdt er flink onder. We laten het zand voor nu achter ons en beginnen aan een actief MTB-pad. Even twijfelen we. Maarten en Marek mijden dit soort paden toch altijd als de pest? Maar goed, de route liegt niet en we zien ook geen alternatieven. Ik kan het echter niet laten om met twee opgestoken middelvingers de heren te begroeten als we aankomen bij De Rustende Jager. Die voor je, met je ‘geen MTB-paden in de route’.

Tijd

We blijven niet te lang plakken. We worden verzorgd vanuit de kofferbak: cola, chips, koek, snoepgoed, enz. De grootste opkikker krijgen we van het contact met Maarten, Marek, Jaco en Olav Sammelius. Hoewel de heren ons manen een beetje door te lopen, laten Mike en ik ons niet gek maken. We hebben een plan, daar houden we aan vast. Dat plan voorziet onder andere in wat eten bij De Roestelberg. Slecht idee, zegt Marek, dan verlies je nog meer tijd. Gelukkig hebben we tijd zat, ook al lopen we achteraan. Bovendien, we hebben deze pauzes nodig om goed door te kunnen blijven lopen. Van hier in één ruk naar HQ, zo’n 50 km, is echt geen optie.

Loonse en Drunense Duinen

Opgefrist en opgewekt vervolgen we onze weg. Er komt een zwaar stuk aan, maar dat is niet langer dan een kilometer of zeven. Dan zijn we alweer bij De Roestelberg. Helaas begin ik wel de eerste symptomen te bespeuren van mijn antibiotica-overgevoeligheid. Nare opstijving van nek en rug, darm- en maagkrampen, koude rillingen terwijl ik het warm heb en een sterk fluctuerend energiepeil. Het ene moment heb ik de beste benen van de wereld, het volgende moment sijpelt de energie uit mijn tenen weg. Heel irritant. Gelukkig bieden de duinen wat afleiding: ze liggen er weer prachtig bij. Voor mijn gevoel is het vandaag makkelijker dan een jaar geleden; zal het minder mulle zand door de regenval ook wel iets mee te maken hebben.

De Roestelberg

Na een uur komen we aan bij De Roestelberg. De tent is afgeladen met mensen, zowel buiten als binnen. We twijfelen even of we niet beter door kunnen lopen, maar de eerstvolgende eetmogelijkheid is pas dertien kilometer verderop. We houden het simpel: koffie, Radler en een broodje kaas. Tot onze grote opluchting worden we razendsnel bediend. We laten het ons goed smaken en sturen een foto naar Maarten en Marek. De laatste reageert dat we gediskwalificeerd zijn: te veel pauzes, te weinig rennen. Blijft een lolbroek, meneer Vis. Kleine veertig minuten later gaan we weer op pad.

Van de Roestelberg naar LEO HQ

Het duurt niet lang meer voordat we onze hoofdlampjes tevoorschijn moeten halen. Op zich niet heel erg want van hier naar LEO HQ is relatief saai. Tot aan De Moer gaat het nog, maar daarna beginnen de fietspaden naar de Reeshof. Zowel mentaal als fysiek zit ik in een flinke dip. De laatste is niet onlogisch: we zijn dik twaalf uur onderweg, dus het werd tijd. Mentaal is meer een puzzel. Ik verzink steeds vaker in negatieve gedachtespiralen. Niet alleen over deze tocht maar ook over wat afgelopen week is gebeurd. Voor de zekerheid bespreek ik met Mike dat hij zijn eigen plan trekt als ik een blok aan zijn been dreig te worden. Dat klinkt lulliger dan het bedoeld is. Als ik zo traag word dat zijn plan om de LEO succesvol uit te lopen in gevaar komt, moet hij eieren voor zijn geld kiezen en op eigen tempo doorlopen. Het gevaar van een dergelijk gesprek is dat je jezelf nog dieper de negativiteit inpraat. Wat ik absoluut wil voorkomen, is dat ik hem volledig verras mocht ik besluiten uit te stappen.

Reeshof

Maar zo’n vaart loopt het allemaal nog niet. Eerst moet ik wat aan mijn schoenen doen. Of beter gezegd, aan het zand in mijn schoenen. Ik loop er al een poosje tegenaan te hikken, maar het begint nu serieus oncomfortabel te worden. Mike spot een bushokje dat ons mooi uit de wind houdt. Hehe, even zitten, zand uit de schoenen kloppen en wat ontspanningsoefeningen voor rug en nek uitvoeren. We lopen snel weer verder om niet teveel tijd te verliezen. De Reeshof in het donker is beter te verteren dan met licht. Je ziet toch niet niks, valt de saaiheid ook mee. De hekken staan er echter nog steeds en nu we strammer zijn dan vorig jaar, valt het klauteren een stuk zwaarder. Ook de beekoversteek valt vies tegen. Het stroompje is dit jaar een stuk breder. Mij lukt het nog net om ongeschonden de overkant te halen, maar Mike schiet tijdens de landing in de kramp. Even rustig aan doen maar.

Solo

Ik doe mijn best maar mijn tempo is ronduit bedroevend. Het lijkt wel alsof ik door stroperige lucht probeer te lopen, zo traag en moeizaam gaan mijn bewegingen. Het absurde is, mijn benen voelen prima. Okee, rug en armen wat minder, maar dat is geen verklaring voor deze idiote situatie. Terwijl ik mijn lampje van nieuwe batterijen voorzie, overleg ik nog een keer met Mike. Misschien moet je maar gewoon gaan, zeg ik hem. Als hij nu op eigen tempo doorloopt, kan hij zo een uur winnen. Ik kom zeker op tijd binnen, maar ik ga alle tijd gebruiken die ik tot mijn beschikking heb. Zo gezegd, zo gedaan. Mike zet aan en verdwijnt binnen luttele minuten aan de horizon. Ik wandel eerst een stukje en begin dan wat te dribbelen, daarbij zoveel mogelijk ontspannen. Opeens barst ik in tranen uit. Wat is dit nou? Dan besef ik eindelijk waarom ik al de hele dag, zo niet de hele week, op springen stond.

Anenya

Dertien jaar geleden haalden Linda en ik in het dierenasiel een nieuwe kat op. Een prachtige zilvergrijze poes, heel schuw maar niet onbenaderbaar. Mensen hadden haar op straat gevonden met een nestje kittens. Volgens de medewerkers was Mus, zoals ze haar noemden, nooit 100% met mensen gesocialiseerd, vandaar het schuwe karakter. Nou, een naam als Mus gaat dan ook niet helpen. Linda en ik noemden haar Anenya, een vervoeging van Nenya, één van de ringen uit Lord of the Rings.

Een jaar geleden constateerde de dierenarts astma bij Anenya. Aanvankelijk was dit nog goed beheersbaar met medicijnen, maar de laatste paar weken zagen we haar sterk achteruit gaan. Afgelopen dinsdag lieten we haar na overleg inslapen. Ondanks dat we het aan zagen komen, sloeg Anenya’s overlijden in als een bom. Zoals wel vaker als ik iets niet emotioneel gebolwerkt krijg, begroef ik me in bezigheidstherapie: schrijven, werken, lopen, socials plannen, noem maar op. Alles waarmee ik ook maar de gedachte aan Anenya kon vermijden, greep ik aan om de dag door te komen.

Nu loop ik moederziel alleen door het bos en is er niks meer om me af te leiden. Het verlies komt dubbel zo hard aan. Deels omdat bij ultralopen alles rauwer voelt, maar vooral omdat ik het verdriet de afgelopen dagen opgekropt heb. De druk is daardoor zo hoog geworden, dat de ketel nu barst. En hoe! Ik huil zoals ik nog nooit gehuild heb. Met luide snikken en diepe ademteugen laat ik alle controle varen. Af en toe schreeuw ik het uit, een woordeloos verlangen om Anenya nog één keer vast te mogen houden, nog één keer haar prachtige vacht te mogen strelen. Rationeel weet ik dat dit verlangen onzinnig is, dat ik de juiste keuze heb gemaakt in het beestje niet langer te laten lijden, maar ik voel me zo alleen, zo verlaten en zo machteloos dat ik mezelf niet kan beheersen.

Den Overkant

Ruim een uur later loop ik met rode ogen en een loopneus restaurant Den Overkant in. Het mag een wonder heten dat ik überhaupt op de route ben gebleven, door een waas van tranen heen. Ondanks dat de pijn van Anenya’s verlies me nog regelmatig de adem ontneemt, voel ik me een stuk beter. De druk van het opgekropte verdriet, het gif van de zelfverwijten en de verlammende twijfel of ik haar te lang heb laten lijden of te kort heb laten leven, zijn weg. Verdampt na een uur huilen, schreeuwen, snikken en schokschouderen. Onder het genot van een kop koffie, warme chocomel en een cola, probeer ik nog een traan te laten. Maar of ze zijn op of ik heb voldoende gerouwd om vooruit te kunnen.

Halve Maan

Na een klein half uurtje vervolg ik mijn weg. Onvoorstelbaar hoe ik opgeknapt ben door het uiten van mijn emoties en een korte pauze. Mijn benen voelen als nieuw, maar ook mentaal ben ik weer helemaal fris. Ik loop met gemak een tempo waarvan ik de afgelopen uren alleen maar kon dromen. Totdat ik bij de Halve Maan aankom. Er schijnt een smalle landtong te zijn waar je overheen kunt lopen, maar er is geen pad. Verschrikt denk ik terug aan een filmpje van Maarten en Marek waar zij tot aan hun middel door een meer waden. Het zal toch niet? Ik word gered door lampjes in de verte die mijn kant op komen. Het zijn Tim en Björn die aan de Martino-lus beginnen. Ze verzekeren mij dat ik geen natte voeten ga krijgen.

Halverwege

Even verderop raak ik nog wel compleet verstrikt in een woud van Rododendrons wegens een navigatiefout. Het helpt niet dat mijn reserve-batterijen kennelijk ook bijna op waren. Met een minimale lichtbundel leg ik de laatste kilometers naar LEO HQ af, gelukkig grotendeels langs een verlichte weg. Met nog tien minuten over op de tijdslimiet word ik buiten verwelkomd door Maarten. Ofschoon hij weet dat ik graag al mijn beschikbare tijd benut, begon hij zich toch wat zorgen te maken. Ik niet. Sinds mijn koffiepauze in Den Overkant weet ik precies wat ik ga doen. Op tijd aankomen, goed eten, schone kleren aan en na een uur tot anderhalf uur weer de nacht in. Voor mij zit het zwaarste deel erop, de rest is een kwestie van wakker blijven en doorlopen.

LEO HQ

Bij aankomst ben ik fris en vrolijk. Mike zit er wat uitgeblust bij. Hij is nog maar een kwartiertje binnen. Kennelijk had hij minder in de benen dan hij dacht toen we opsplitsten. Mark is er al wat langer en maakt aanstalten om weer op pad te gaan. De LEO-crew is inmiddels versterkt met Ingo van de Bergh, bekend van de fameuze Chez Ingo-verzorgingsposten tijdens verschillende lange tochten. Maarten en Marek hebben het maar makkelijk dit jaar. Geen posten onderweg, geen gesjouw met dropbags, prachtig LEO HQ, zelfs plaats en tijd om te slapen. Daarboven op nog eens een doorgewinterde support crew met Jaco, Olav en Ingo. En maar piepen dat ze het zo zwaar hebben, dat de lopers er zo lang over doen. Mietjes.

Schuurplekken

Ik leg mijn elektronica aan de opladers en trek schone kleding aan. Voor het eerst vandaag serieus lang met compressiekousen gelopen, na een korte try-out tijdens de Duinentrail Schoorl vorige week. De resultaten zijn tweeledig. Kuiten voelen goed en vrijwel geen vochtophoping in de voeten. Maar de kousen zijn aan de binnenkant veel ruwer dan mijn vertrouwde Falke-sokjes, met als gevolg flinke schuurplekken. Geen last van tijdens het lopen en met RunGuard prima op te lossen. De tweede helft loop ik voor de zekerheid zonder compressie. De rest van het lijf heeft geen klachten. Nou ja, mijn maag knort wat door de lucht van soep en burgers, maar daar is wat aan te doen.

Eten

Ik begin met een kop soep. Hier heb ik naar uitgekeken, zeg. Vorig jaar verrasten de heren ons met hete groentesoep gevuld met grote stukken aardappel en wortel. Perfecte combinatie van zoutigheid, warmte en vulling. Dit jaar zitten er balletjes niet nader te definiëren vlees in. Heel even twijfel ik. Geheid dat tenminste een deel van het vlees van een varken komt. Daar kon mijn maag nooit goed tegen, maar sinds de antibioticakuur ben ik voor varkensvlees bijna net zo gevoelig als voor schimmels. Ach, hoeveel vlees zit er nou daadwerkelijk in? Ik eet er wel omheen. Samen met de hamburgers is mijn maag in no-time gevuld.

Misselijk

Al met al is er aardig wat tijd verstreken. Ik zit hier nu ruim een uur en kan mezelf er niet toe zetten weer op pad te gaan. Mike treuzelt ook maar vertrekt uiteindelijk wel. Over de tijd maak ik me geen zorgen. Vorig jaar verloor ik veel tijdens de nacht, dat gaat me nu niet gebeuren. Ben van plan op een dieet van gels, guarana en cafeïne-kauwgum de hele nacht door te blijven rennen. Vooral niet wandelen, dan raak je snel overmand door slaap. Probleem op dit moment is echter dat mijn maag heel vervelend voelt. Opkomende misselijkheid en neiging tot kokhalzen, slechts te onderdrukken door voorovergebogen diep door mijn neus in en uit te ademen. Ik kan een cynische grijns niet onderdrukken als ik terugdenk aan de Legends Trail 2018. Toen dacht ik weg te komen met om de champignons heen eten, nu lijkt het varkensvlees de boosdoener.

Van LEO HQ naar Mierdsedijk

Ik moet hier weg. Dat is het enige waar ik aan kan denken. Na een half uur diep ademen is er geen verbetering merkbaar. Met de grootst mogelijk tegenzin vul ik eten en drinken bij, trek ik mijn outfit voor de nacht aan, vervang ik de batterijen in mijn hoofdlamp en stap ik naar buiten. Maarten loopt een stukje met me mee. Eenmaal in de frisse lucht, trekt de misselijkheid bij. Ik probeer voorzichtig een dribbel en het heeft zowaar een positief effect op mijn maag. Zou ik de dans ontspringen? Het antwoord ligt twintig minuten later in de berm. Nee dus. Hoewel… Na flink over mijn nek te gaan, voel ik me een stuk beter. Soms heb je dat. Dan zit iets je maag dwars en moet het eruit. Ik test de theorie door wat te eten. Ja, gaat goed. De afspraak was stoppen als ik moest braken, maar ik voel me nog te goed om nu al op te geven.

Spoorzoeken

Volgens de route moet ik hier linksaf, maar ik zie geen pad. Ik loop een stukje terug en probeer de rand van het weiland. Nee, is het ook niet. Ik moet echt door het dennenbos aan de andere kant van de sloot. Ik wurm me tussen de boompjes door en stuit op een verborgen bunker. Dat is nou net iets wat Maarten en Marek bedenken. Ik kan nog steeds geen duidelijk pad vinden dus ik gok maar wat, zoveel mogelijk op de route blijvend. Opgelucht sta ik tien minuten later weer op een normaal pad. Zo, even de benen strekken en tempo maken. Navigeren in de nacht, zeker op dit soort belachelijke non-paadjes, is een dingetje. Je ziet alleen wat je hoofdlamp verlicht, dan mis je al snel clues die overdag vanzelfsprekend zijn. Drie kwartier later is het opnieuw raak. Rechtsaf van het pad af. Twee open plekken tussen de rododendrons, maar geen spoor te bekennen. Door het dichte bladerdek ook geen voetstappen van voorgangers te ontwaren. Zelfde tactiek maar weer: ingezoomd op de route dwars door de haag van bomen heen. Via een diepe greppel en geworstel met struiken, kom ik op een pad uit.

Kerkje

Links staat een kerkje met een overdekt voorportaal. De miezer van eerder op de avond is aangezwollen tot een serieuze bui. Excuus genoeg om een pauze te nemen. Ik benut de tijd door te bedenken hoe ik de nacht aan ga pakken. Of wat er nog van over is. Het is half drie, dus ruim vier uur te gaan voor het eerste ochtendlicht. Zoveel mogelijk rennen lijkt de beste optie: scheelt tijd en voorkomt dat ik in slaap sukkel. Met nog 91 km voor de boeg en dik 15 uur om die afstand af te leggen, moet ik een gemiddelde aanhouden van 6 km/u, inclusief pauzes. Okee, geen vetpot maar met deze benen is dat goed te doen. Grootste probleem op dit moment is dat ik verga van de honger. De opluchting nadat ik mijn maag leegde, heeft plaatsgemaakt voor een vervelend knagend gevoel. Als ik wat eet, verdwijnt de honger even, maar krijg ik meteen last van opborrelend maagzuur. Gadver…

Maarten en Mike

Even verderop zie ik een auto aan de weg staan met een man ernaast. Als ik dichterbij kom, herken ik Maarten. Deze tijd van de nacht kan dat maar één ding betekenen: er stapt iemand uit. Het blijkt Mike te zijn. De sprong over het beekje in de Reeshof heeft zijn linkerheup bezeerd. Hij vertrouwt het niet om daarmee de nacht door te lopen dus hij keert om. Maarten wacht hem hier op. Dat is balen. Ik hoopte Mike in de loop van de nacht in te halen en dan samen een stuk op te lopen. Scheelt toch als je niet alleen bent. Tien minuten nadat ik bij Maarten vertrek, zie ik in de verte een lampje naderen. Mike wandelt, hij oogt verslagen. Ongeluk zit in een klein hoekje, maar dat een sloot hem de das om doet, smaakt bitter. Hij was de hele dag sterker dan ik. Ik voel me schuldig dat ik hem heb opgehouden; als hij zijn eigen plan had gevolgd vanaf de start, was hij waarschijnlijk veel verder gekomen. Klotezooi.

Déjà vu

Ik ben nog geen honderd meter verder als ik plotseling misselijk word. Mijn maag keert zich om en ik kan me net op tijd naar de berm draaien voordat ik heftig over mijn nek ga. Het blijft echter niet bij die ene keer: na elke 100 meter dribbelen, herhaalt dit tafereel zich. Ik probeer van alles: drinken, Tikkels, zoute nootjes, maar niks helpt. Flashbacks naar de Legends Trail in 2018 doen me het ergste vermoeden. Mijn maag heeft zo’n opdonder gekregen dat eten, drinken en bewegen voor te veel prikkels zorgen, resulterend in constant overgeven. Wandelen gaat iets beter, dan duurt het langer voordat ik voorovergebogen sta, maar dat is geen oplossing. Kost veel te veel tijd. Als ik vervolgens voor de zoveelste keer verkeerd loop omdat ik de route niet kan vinden, knakt er iets in me.

Strijd

In mijn hoofd woedt een strijd. De vechter roept dat ik door moet lopen. Er kan immers nog van alles veranderen, helemaal als het weer licht wordt. De intellectueel herinnert mij fijntjes aan de afspraak die ik voor de start met mezelf maakte. Stoppen bij diarree en/of braken, weet je nog? Ja, maar wat als het zo beter gaat, probeert de eeuwige optimist. Dacht je bij de Legends Trail en de Duinhopper ook, pareert de pessimist. De patstelling wordt doorbroken door de realist. Je hebt een geweldige dag gehad, herinnert hij mij. Van niet willen starten naar de grootste lol met Mike, je verdriet over Anenya de vrije loop kunnen laten en niet opgegeven wanneer het voor de hand lag, namelijk op LEO HQ. Je komt niet 80 km te kort vandaag, je hebt er 130 meer gelopen dan verwacht. Wees blij met wat je bereikt hebt en staar je niet blind op het onhaalbare. Ja, maar… Niks ja maar! Als dit de eerste keer was dat je probeerde kotsend door te lopen, had je misschien een punt. Maar voor de derde keer die steen willen koppen, maakt je een zeldzaam soort eikel. Tja, moeilijk om daar wat tegenin te brengen.

Mierdsedijk

Ik stuur Maarten een bericht: waar kun je mij het makkelijkst oppikken? De plek waar je me eerder vanavond tegenkwam, antwoordt hij. Dat zie ik niet zitten. Terug langs de hoopjes ellende die ik het afgelopen uur links en rechts gedeponeerd heb? Nee, dank je. We spreken af dat ik doorloop tot de Mierdsedijk. Dat is goed bereikbaar met de auto. De laatste kilometers doe ik er alles aan om niet weer over mijn nek te gaan. Wandelen bij dreiging, dribbelen als het wegzakt. Het tot nu toe goed begaanbare pad, maakt plaats voor een breder karrenspoor, vergeven van de modder en diepe plassen. Het grootlicht dat Maartens auto mijn kant op schijnt, helpt niet . Op goed geluk mijd ik de donkerste plekken en weet ik mijn voeten redelijk droog te houden.

Achteraf

Terug in Goirle ben ik minder somber dan je zou denken. Het punt van de realist, niet 80 km tekort maar 130 meer dan verwacht, heeft indruk gemaakt. Ook het feit dat ik niet de eerste uitstapper ben, biedt troost. Frank, Paul, Erwin en Mike gingen me voor. Een paar uur later volgen Mark en Willem. Alleen Berry Snoeren, Martino Corneillie, Tim Weißbach en Björn Niehenke komen dit jaar op tijd binnen. Het meeste respect heb ik echter voor Peter de Krijger. Hij voltooit de 210 km in 38 uur en 20 minuten. Ja, dat is 2 uur en 20 minuten te laat, dus officieel een DNF. Maar stel je eens voor: hij wist al uren voor de tijdslimiet dat hij niet op tijd binnen zou zijn. Toch liep hij door, vastbesloten om niet op te geven en in ieder geval het hele parcours te lopen. Dan ben je ook een zeldzaam soort eikel, maar wel in de meest positieve zin van het woord.

Volgend jaar

Voor, tijdens en na de LEO regende het suggesties voor volgend jaar. Bijvoorbeeld vijf lussen waarvan je er drie moet lopen, als team starten met halverwege een verplichte wissel van je teammaat, iedereen op verschillende tijden laten starten en meer van dat soort ongein. Als het aankomt op knuppels in het trailhoenderhok gooien, heb je aan Maarten en Marek een goeie. Maar ik heb een beter idee. De afgelopen vier jaar waren het M&M die een handjevol lopers het leven zuur maakte met pittige routes en constante mindgames. Altijd met de ondertoon dat als zij zich kwaad maken, ze het parcours in recordtijd afleggen. Het is tijd dat we de rollen omdraaien: twee lopers, namelijk Maarten en Marek, met een supportcrew van oud-LEO-lopers. De regels blijven hetzelfde: 10 km erbij, tijdslimiet van 36 uur. Wij bepalen de route, zorgen voor fysieke en mentale ondersteuning en staan altijd klaar bij een potentiële DNF; zij hoeven alleen maar te lopen. Hoor ik daar vrijwilligers?

Comments