Indian Summer Ultra 2019

Waarom? Die vraag stelde het dochtertje aan haar vader. Zojuist kreeg ze te horen dat papa niet mee naar huis ging, maar nog een stukje verder zou lopen. Waarom is dan een hele goede vraag. Zeker als hij er al dik veertig kilometer op heeft zitten en hij het constante rennen zat is. De 87 km dient als duurtraining voor de Ibiza Ultra Trail eind november. Qua terrein een heel ander verhaal, maar tijd onderweg telt ook. Bij wisselpunt drie stapt de vader uit. Na 62 km is hij er helemaal klaar mee. Geen idee of de vraag ‘Waarom?’ hem knakte, maar sinds de ontmoeting met zijn dochter is er iets veranderd. Ach, de oorzaak doet er niet toe. Als de motivatie ontbreekt om door te lopen, waarom zou je dan ook?

Ik heb die luxe niet. Tenminste, ik gun mezelf die luxe niet. In 2016 stopte ik ook bij de derde post. Na een uur of zeven met gemiddelde hartslag boven de 200, voelde ik me niet zo lekker meer. Bovendien was het hele jaar al een opeenstapeling van mislukkingen, deze kon er ook nog wel bij. Dat de absurd hoge hartslag mogelijk een meetfout was en dat ik dat jaar veel te ambitieuze doelen had gesteld, kwam niet eens in me op. Ik had mijn excuus gevonden om uit te stappen. De twee jaar daarna viel de Indian Summer Ultra op data die mij niet uitkwamen: verleden jaar Foz Côa Douro Trail Adventure, het jaar daarvoor met Jan Strijker naar Spanje.

Dit jaar viel de ISU eigenlijk perfect. Een week na Foz Côa, twee weken voor de LEO. Die laatste is een vlakke tocht van 210 km zonder verzorging waarbij je zelf moet navigeren. De ISU vormt een mooie overgang van de Portugese heuvels naar het Brabantse platteland. Zeven dagen aanzetten in de Douro-vallei voor fysieke hardheid; zestien uur op de been in Drenthe voor mentale kracht en volume. Feitelijk hetzelfde recept als vorig jaar. Toen liep ik tussen Portugal en de LEO de Grizzly, een tocht van 100 km door de Voerstreek. Dat zorgde in Brabant echter voor bijzonder pijnlijke voetzolen, daarom dit jaar een weekje extra rust tussen de ISU en de LEO.

Zoals wel vaker overleefde de planning het eerste contact met de vijand niet. Portugal ging goed, maar de week daarna niet. Ik werd er fijntjes aan herinnerd dat mijn herstel van antibiotica-overgevoeligheid zich nog maar in de vierde van de voorspelde zes maanden bevindt. Darmkrampen, diarree, verstoorde nachtrust, plotseling opkomende vermoeidheid, om maar een paar symptomen te noemen. Dit hield aan tot op de ochtend van de start. Toen was het niet plotseling over, maar had ik andere zorgen aan mijn hoofd.

Van de start naar WP1

20 km in 2:10 uur

De dag begint goed. Als ik Jantine goedemorgen wens, begroet ze me met een hartelijk ‘He, Roodkapje!’ Ik heb mijn rode PGTA-trui aan en capuchon op vanwege de kou. Pim stikt bijna van het lachen. Binnenin de kantine is geen plek te vinden, dus ik kleed me buiten om. Net op tijd voor de start sluiten Pim en ik achteraan. We missen het optreden van de Koorbazen. Dat wil zeggen, visueel. Qua geluid kunnen ze in Assen nog meegenieten. Wel een leuke toevoeging. Doet wat denken aan trails in de bergen waar ze het startvak opzwepen met ACDC, Guns N’ Roses, enz.

Na het startschot beginnen we op een rustig tempo. Weinig keus ook want op het smalle pad valt niet in te halen. Pim heeft nog wel eens de neiging te snel te vertrekken, dat risico lopen we nu niet. Uit mijn ooghoek zie ik Sandra naast het pad staan. Ze prutst wat aan haar lampje, maar er komt niet veel licht uit. Een andere deelnemer schiet haar al te hulp. Een paar kilometer verder worden de paden breder en zet Pim wat aan. Ik kan hem redelijk bijhouden, maar na een sanitaire stop ben ik hem kwijt. Net voorbij het Vossenveen loopt hij me achterop. Huh? Waar kom jij vandaan. Ook een sanitaire stop. Zo middelt het mooi uit.

Na dik twee uur komen we aan bij wisselpunt 1. De verzorgingsposten dienen tevens als wisselpunt voor de estafette-teams, vandaar deze benaming. We genieten van een koffie, dollen wat met de vrijwilligers en horen Peter uit over de rest van het parcours. Volgens hem komt er veel moois aan in de volgende twee etappes. Na een minuut of acht vertrekken we weer. Het is nog fris dus we koelen snel af. Dan kun je maar beter door blijven lopen.

Van WP1 naar WP2

21 km in 2:14 uur, totaal 41 km in 4:32 uur

Het tempo gaat wat omhoog. Pim is warmgedraaid en loopt als een kieviet. Het kost mij meer moeite dan normaal om hem bij te houden. Af en toe valt er een gaatje, maar we verliezen elkaar nooit uit het oog. Peter heeft niet overdreven: de paadjes zijn geweldig mooi. Langs meertjes, door het bos, nu en dan padloos, het komt allemaal aan bod. Jammer dat mijn linkerkuit abnormaal opstijft. Ritme vasthouden en symmetrisch lopen vereist steeds meer energie. Heb de neiging iets op rechts te leunen om links te ontzien. Probleem is dat ik dan over een paar uur hetzelfde probleem rechts heb. Nee, mijn linkerkuit went er maar aan dat we lang vlak lopen.

Op ruim 34 km passeren we een prachtig bankje met uitzicht op een meer. Ik fluit Pim terug. Effe zitten. We komen hier per slot van rekening voor onze rust. Een aantal deelnemers passeert ons met een blik alsof we gek geworden zijn. Laat ons maar, we weten wat we doen. Dan hoor ik iemand mijn naam roepen. Het is Cees. Hij maakt een prachtige foto van onze bankpose, blijft even hangen voor een praatje, maar loopt toch snel weer door. Veel lopers zijn bang dat ze stram worden als ze even gaan zitten. Pim en ik niet. Dat wil zeggen, stram worden we sowieso wel. Kan je net zo goed af en toe een rustpauze houden.

Als we onze weg vervolgen, vervloeken we gelijktijdig de enorme hoeveelheid rennen die in een tocht als de ISU zit. Dat is het nadeel van een vrijwel vlak parcours: nergens een excuus om even te wandelen. Voor mij is vooral de overgang van Portugese heuvels naar Drents platteland nogal een shock. Beiden fenomenaal mooi, maar de verschillen in variatie en weersomstandigheden zijn best heftig. We doen twee uur en veertien minuten over de tweede etappe. Niet slecht, maar we zijn het vele rennen nu al beu. Dat belooft nog wat voor de rest van de dag.

Van WP2 naar WP3

21 km in 2:36 uur, totaal 62 km in 7:19 uur

Bij WP2 staan Krista en Jasmijn ons op te wachten. De dames zijn een lichtpuntje dat onze dip als sneeuw voor de zon doet verdwijnen. Totdat Jasmijn aan haar vader vraagt waarom hij nog verder loopt. Ai. Wat geeft je daar als antwoord op? Cees is inmiddels ook binnengekomen en stelt mij voor aan zijn vrouw en dochters. Ik ken Cees van de RunForestRun Drents Friese Wold waar ik hem halfgrappend voor de gek hield dat mijn sigaret onderweg een soort hoogtetraining was. We komen elkaar wel vaker tegen, onder andere bij La Magnetoise en twee jaar terug bij de Grizzly.

Het wordt tijd om weer op pad te gaan. Ik merk aan Pims verhoogde tempo dat hij last van zijn benen heeft. De meeste mensen nemen dan gas terug. Niet Pim. Des te harder je gaat, des te sneller ben je van de pijn af, is zijn filosofie op momenten als deze. Betekent wel dat ik aardig ik aan moet poten. Gelukkig is mijn linkerkuit wat ontdooit: niet langer stram, voelt zelfs soepel aan. Heb wel een ander pijnpuntje. Of beter gezegd: twee pijnpuntjes. Ik ben vergeten om mijn rugzak bij te stellen na Portugal. Door verlies in gewicht en buikomvang, resulteert dat in beurse ribben. De afgelopen zes uur heeft inhoud daar constant tegenaan lopen klapperen.

Na 49 km zien we een heel verleidelijk bankje. We kijken elkaar aan. Doen? Ja, natuurlijk. Met nog een kilometer of dertien te gaan naar de volgende post, kunnen we een rustmomentje goed gebruiken. Een mountainbiker van de organisatie neemt poolshoogte. Alles okee, jongens? Het antwoord: ja hoor, alles prima, behalve dat verrekte rennen de hele tijd. Doodvermoeiend. Dit soort galgenhumor typeert de meeste van onze gezamenlijke loopjes. Grootste verschil nu is dat Pim aankondigt bij post drie uit te gaan stappen. Voelde het al wel aankomen, maar hoopte op een opleving.

Terwijl Pim een taxi regelt, dribbel ik gestaag door. De paadjes zijn opnieuw prachtig, maar we worden regelmatig flink gehinderd door omgevallen bomen. Soms eronder door, dan eroverheen. Het is meer klauteren dan lopen. Dit stuk zijn de rollen omgedraaid: ik constant voorop, Pim tientallen meters achter me. Voelt heel onnatuurlijk. Krijg pijn in mijn nek van het achteromkijken of hij nog volgt. Na dik zeven uur komen we aan bij WP3. Pims schoonvader staat al klaar met de auto. Ze wensen me succes en nog veel plezier. Dan ben ik alleen. Nou ja, alleen? De post is afgeladen met vrijwilligers, lopers en supporters, dus niet echt alleen. Maar niet langer met een loopmaatje…

Van WP3 naar WP4

20 km in 2:46 uur, totaal 82 km in 10:56 uur

Ik moet omschakelen. Van hier naar de finish, loop ik alleen. Dat ben ik wel gewend, maar vandaag had ik er niet op gerekend. Bovendien hebben de afgelopen zeven uur een aardige aanslag gepleegd op mijn lijf. Benen voelen zwaar, ribben zijn pijnlijk en rug zit vast. Als ik de komende zestig kilometer een beetje okee door wil komen, moet ik nu pas op de plaats maken. Ik neem de tijd om goed te eten en te drinken. Andere kleding is niet nodig, zelfs mijn sokken zijn nog kurkdroog. Raar want de laatste kilometers voor deze post hebben we toch een aardige bui over ons heen gekregen. Mijn maag is prettig gevuld maar toch voel ik me niet helemaal in orde. Ik ga even liggen, een paar minuten ontspannen met mijn ogen dicht. Kijk, dat is wat ik nodig had. Voordat ik na een klein uur vertrek, maak ik nog een praatje met vrijwilligers en supporters.

Als ik weer op pad ga, valt me iets op. Ik heb geen last meer van mijn darmen. Ergens onderweg zijn de constante krampen verdwenen, maar ik kan me met geen mogelijkheid herinneren wanneer dat precies gebeurd is. Ben er wel heel blij mee, ik loop een stuk minder verkrampt. Het zonnetje breekt door, de temperatuur loopt op en ik krijg een prachtige paadje voorgeschoteld. Het leven is goed. Ik blijf me erover verbazen wat een positieve impact een goed getimede pauze kan hebben. Na een kilometer of acht ligt echter ook deze opleving weer achter me. Ik pak een bankje, geniet van het uitzicht en babbel wat met voorbijlopende deelnemers.

Door de opgelopen temperatuur heb ik flink dorst gekregen. Het water in mijn rugzak begint me tegen te staan en eten gaat ook niet van harte. Eenvoudige oplossing: daar moet een biertje in. Alsof het lot mij gunstig gezind is, loop ik net langs De Aanleg. Zowel de verkeersregelaar als de eigenaren kijken me met grote ogen aan als ik een biertje bestel. Dat doen sporters toch niet? Klopt als een bus. Ik ben dan ook geen sporter: trailrunning is voor mij een tijdverdrijf. Niks beters dan een biertje om de grote hoeveelheid tijd onderweg te verdrijven. Of zoiets… Een klein uurtje later ben ik alweer bij de vierde post. De route van drie naar hier was niet zo mooi als de twee etappes daarvoor. Daar heeft Pim dus niet veel aan gemist.

Van WP4 naar WP5

21 km in 3:05 uur, totaal 103 km in 14:19 uur

Voor het eerst vandaag is er wat substantiëlers te eten dan de gebruikelijke hapjes. Begrijp me niet verkeerd, de buffetten onderweg zijn overvloedig voorzien van alles wat een trailrunhart begeert. Suikerbrood, fruit, chips, drop, winegums, enzovoorts. Probleem is dat dit bitesized snacks zijn. Prima om wat energie aan te vullen of de ergste honger tijdelijk te bezweren, maar niet om enkele uren op te kunnen lopen. Bij post vier hebben ze broodjes knakworst. Moet ik in het dagelijks leven niet aan denken, net als bier, maar nu is het smullen geblazen. De zoutige knakworst en witte broodjes vallen uitstekend. Als ik vervolgens ook nog een paar scheppen boerenkoolstamppot van een vrijwilligster toegeschoven krijg, kan mijn dag niet meer stuk. Of toch in ieder geval mijn verblijft op deze post niet.

Wat wel stuk kan, is mijn rechterkuit. Ja, links geen centje pijn meer, maar nu is rechts de sjaak. Misschien toch wat teveel gecompenseerd. Dit pijntje voelt echter anders, niet als iets wat vanzelf weer voorbij gaat. Ik masseer de kuit wat en voel de crosslinks knarsen onder mijn vingers. Oei, dat gaat vervelend worden de rest van de dag. Na ruim een kwartier zet ik me weer in beweging. Ik hoor namelijk steeds meer deelnemers op de 120 km besluiten om hier af te zwaaien naar de 87 km. Ik snap wel dat het erg verleidelijk is: na 5 km over de finish of nog 40 km doorploeteren? Ook nu weer geen keuze voor mij. Ik heb deze maand nog geen 100 gelopen en ik ben vastbesloten om de ISU uit te lopen. En wel de afstand die ik vooraf gekozen heb. Toch valt het zwaar als ik linksaf moet en de rest rechtdoor loopt.

Gelukkig maakt het terrein veel goed. Het Balloërveld ligt er prachtig bij. Mooie vergezichten, gevarieerde paadjes en zelfs een paar reeën die me nieuwsgierig aanstaren wanneer ik voorbij dribbel. Rond de 89 km maak ik dankbaar gebruik van een picknickbank om mijn hoofdlamp weer op te doen en mijn rechterkuit wat rust te geven. Het is nog niet donker, maar lang duurt dat niet meer. Een kilometer of tien later staan er twee personen naast het pad. Ze roepen mijn naam. Het is Frans, mijn masseur, en zijn oudste dochter. Ze zijn op vakantie in Drenthe. Toen Frans zag dat ze zo dicht bij het parcours verbleven, besloot hij mij in de gaten te houden op de Legends Tracker. Ik krijg een enorme mentale boost van het korte, menselijke contact. Na uren alleen in het donker te hebben gelopen, merk je pas hoeveel behoefte aan sociaal contact een mens heeft. Zelfs een asociale chagrijn als ik.

Ze lopen een stukje met me mee, maar buigen veel te snel al weer af naar hun huisje. Maakt niet uit, het effect is er niet minder om. Met een enorme grijns op mijn gezicht vervolg ik mijn weg. Nog een paar kilometer naar de volgende post. Ik heb me laten vertellen dat daar pannenkoeken geserveerd worden.

Van WP5 naar de finish

20 km in 2:56 uur, totaal 123 km in 17:38 uur

WP5 is een enorme party-tent, verwarmd door kachels. Het is een drukte van jewelste, maar geen loper te bekennen. Iedereen hier is vrijwilliger, van parcoursbeheerders tot verkeersregelaars en natuurlijk de pannenkoekenbakkers. Rijkelijk voorzien van stroop en poedersuiker, geniet ik met volle teugen van deze warme traktatie. De tijdslimiet hier is tien voor negen dus ik heb een half uur om te relaxen. Een aantal vrijwilligers maant me om op tijd te vertrekken. Mijn laconieke antwoord: ik heb betaald voor 18 uur en geen behoefte aan wisselgeld. Die instelling kunnen ze waarderen ondanks dat hun dag er niet korter op wordt. Met nog een paar minuten over loop ik de donkere nacht weer in.

Nog geen honderd meter verder voel ik de bui al hangen. Nee, het gaat niet regenen. Ik bedoel de mentale afgrond, die het vooruitzicht op dik 20 km alleen door de nacht lopen, mij voorschotelt. De moed zakt me in de schoenen. Ik moet onwillekeurig terugdenken aan het dochtertje dat wilde weten waarom papa nog verder liep. Waarom doe ik mezelf dit aan? Het is donker, ik ben alleen, mijn lichaam doet pijn op plekken die ongeschikt zijn als onderwerp tijdens de lunch. Ik voel mezelf elke stap verder aftakelen. En het is nog zo verschrikkelijk ver, die klote finish.

Rationeel weet je dat deze dips komen en gaan, maar als je vanuit de diepste afgrond omhoog kijkt, zie je soms de rand van het ravijn niet meer. Daarnaast speelt er voor mij nog iets anders. Ik ben niet fit. Sinds ik begin juni aan de antibiotica moest, ben ik nooit meer dan zestig, zeventig procent in orde geweest. Dat maakt dit soort momenten veel zwaarder dan ze zouden mogen zijn. Mentale en fysieke dips wisselen elkaar af, ze komen bij mij zelden tegelijkertijd voor. Feitelijk loop ik nu al een half jaar in een fysieke dip. Dat is ook de reden dat ik na de Great Escape serieus overwoog om alles boven de 100 km te annuleren. Of beter gezegd, alles waarbij ik in of door de nacht heen moet lopen. De aanslag op mijn lichaam is te groot, het herstel te langzaam en de lol die ik erin had, te afwezig.

De enige motivatie die mij nu nog op de been houdt, is een belofte aan mezelf dat ik de LEO mag overslaan als ik vandaag de ISU uitloop. Des te meer ik me voorstel dat ik niet 36 uur door Brabant hoef te ploeteren, des te beter ik me voel. Er kom zowaar weer een beetje gang in. De Bello Gallico is nog zo’n loop die ik kan missen als kiespijn. Twee keer hetzelfde rondje van ruim 80 km, eerst heen, dan terug. Zal ik die ook afzeggen? Nee, dat kan ik niet maken. Heb Christine beloofd met haar mee te lopen in een poging zich te revancheren op de Great Escape. Okee, die wel, maar de LEO moet eraan geloven. En weer een paar kilometer verder.

Ik ben weer terug bij het Balloërveld, specifiek een uitgesleten single track die uit alle macht probeert je enkels te breken. Als ik me daar met veel moeite doorheen heb geworsteld, word ik bijna aangereden door een colonne jeeps die over het pad aan komen razen. Ik ben er een beetje klaar mee, geloof ik. Na verloop van tijd maakt ook negatieve emotie plaats voor een fatalistische gelatenheid. Zelfs de plechtige belofte geen wisselgeld te accepteren bij de finish, houdt geen stand. Met nog 23 minuten over op de laatste tijdslimiet, kom ik over de finish gedribbeld. Zo’n beetje de eerste vraag die Winfried me stelt is of ik het parcours netjes achter heb gelaten. Oftewel, niet voorzien van kots en/of diarree. Nee, antwoord ik, maar kijk niet raar op als je morgen tijdens het opruimen struikelt over een paar vleesgeworden vloeken.

Achteraf

Na de finish is altijd alles beter. Behalve nu dan. Mijn rechterkuit is zo pijnlijk dat ik kreupel loop. Met moeite sleep ik mezelf naar de kantine voor een bord boerenkoolstamppot en een biertje. Omkleden is bijna onmogelijk door pijnlijke ribben, stijve rug en een rechterbeen dat regelmatig dienst weigert. Ik heb me zelden zo slecht gevoeld na een dergelijke tocht. Naar de buitenwereld houd ik me groot. Ik maak een praatje met het kantinepersoneel, wissel ervaringen uit met een collega finisher en grap wat met de vrijwilligers. Peter biedt me een lift aan naar Eext. Omdat hij op tijd terug wil zijn voor de afsluiting, kan ik niet te lang blijven plakken. Ik raap mijn spullen bij elkaar, stap in de auto en probeer en passant Peter nog te interesseren voor de PSR in 2020. Eerder vandaag Winfried ook al lekker gemaakt. Ik zoek namelijk nog steeds een partner voor dat evenement.

De volgende dag heb ik in de twee uur durende treinreis naar huis genoeg om over na te denken. Wat maakte de ISU nou zo zwaar? Was het de omschakeling van de heuvelachtig Douro-vallei naar het platte Drenthe? Of is het ISU-parcours zelf ongekend pittig. Lang vlak lopen, oftewel heel veel rennen, pleegt een aanslag op je lijf, maar ik kan me langere loopjes herinneren die minder impact hadden. Niet fit zijn, zal zeker een rol gespeeld hebben. Mentaal zat ik in een spagaat tussen gebrek aan motivatie en vastbesloten om dit jaar wel over de finish te komen. Helpt allemaal niet.

Er is gelukkig één lichtpuntje: ik mag de LEO afzeggen! Een dag na de ISU ben ik nog net zo resoluut als toen ik onderweg het besluit nam. Dat is een goed teken, heb ik mezelf niet voor de gek gehouden. Dit soort beslissing in het heetst van de strijd nemen, is op zijn zachtst gezegd onverstandig, maar kennelijk zijn er uitzonderingen. De rest van de week zie ik tot mijn grote verbazing alle rationele en emotionele argumenten om de LEO te skippen, als sneeuw voor de zon verdwijnen. Nou ja, ze zijn er nog wel, maar ze klinken niet meer zo overtuigend als zaterdagavond en zondagmiddag. Ik merk zelfs dat mijn brein naarstig op zoek is naar argumenten om wel deel te nemen. Nieuw parcours, andere mensen, de sfeer, het is toch wel bijzonder, bla bla bla. Gek word ik ervan. Ga ik de LEO lopen? Geen idee. Ik stel mijn besluit uit tot zaterdagochtend 2 november om 5:59 uur ’s ochtends.

Nog even terug naar de Indian Summer Ultra. Wat een mooi evenement weer. Ik heb het al vaker geroepen: Winfried Bats en zijn mensen doen iets heel bijzonders in Drenthe. Strakke markering, fantastische vrijwilligers, goede verzorgingsposten, fenomenale routes en een professionele doch gemoedelijke organisatie. De ontspannen en relaxte sfeer verbergt wel eens de koortsachtige inspanningen die verricht worden om een RunForestRun-evenement vlekkeloos te laten verlopen. Maar vergis je niet, die mensen gaan heel diep om jou een prachtige dag te bezorgen. En ondanks mijn persoonlijke strubbelingen, ben ik ook weer een bijzondere ervaring rijker. Blij dat ik mijn eerdere DNF rechtgezet heb, tevreden met mijn doorzettingsvermogen en een goede hoop op snel herstel.

Comments