Ibiza Ultra Trail 2019

Eind juli krijg ik een berichtje van Pim. Nou ja, berichtje? Het is niet meer dan een link naar de Ibiza Ultra Trail. De vraag of ik zin heb, of ik kan en wil, is impliciet. Zo communiceren Pim en ik wel vaker. Resultaat van uren comfortabel stilzwijgend in elkaars gezelschap doorbrengen. De Ibiza Ultra Trail is onderdeel van 3 Dias Trail Ibiza, een driedaags evenement van 29 november t/m 1 december. Vrijdagavond een tien kilometer night trail, zaterdag keuze tussen halve marathon, hele marathon en ultra, zondag een tien kilometer als toetje. De ultra is met 85 km en 3500 D+ nog best pittig. Ook wel bijzonder op een eiland met als hoogste punt 476 meter; staat tegenover dat je vanaf zeeniveau begint.

Er zijn onderweg tien verzorgingsposten, volgens de website. Start en finish worden meegerekend, dus feitelijk maar acht. Nog steeds ruim voldoende, daar niet van. Post vier ligt precies halverwege; daar hebben we toegang tot een dropbag en een warme maaltijd. Omdat de finish niet in hetzelfde dorp is als de start, mag je een finishbag meegeven. Helaas gaat deze informatie verloren in vertaling. Er zijn heel veel regels, maar weinig naleving of controle. Verplicht rood achterlicht, startnummer op al je voedselverpakkingen, race bib alleen van voren dragen, enzovoorts. Het klinkt heel formeel, de realiteit is een stuk relaxter.

Ilje van der Ploeg gaat ook mee. Gezellig. Tijdens La Magnetoise dit jaar vormden we met z’n drieën een leuk groepje. Ik pols Linda of ze zin heeft om mee te gaan. Helaas, voor haar is het net een weekend te veel. Naarmate de datum nadert, krijgt ze spijt. Helemaal als de weersvoorspelling 25 graden en volop zon aan geeft. In Nederland is het net boven nul, bewolkt en regenachtig. Dat maakt het inpakken nog best lastig. Met alleen handbagage weeg je af wat je wel en niet meeneemt. De kleding die je in Nederland draagt, doet je op Ibiza in zweet uitbreken. Ach, luxeproblemen…

Donderdag

Donderdagmiddag half twee tref ik Pim en Ilje op Schiphol bij La Place. We drinken wat voor ons vertrek. Nog voor we het vliegtuig instappen, zijn de nodige flauwe grappen al gemaakt. Aan boord zet deze trend zich voort. Na de landing op Ibiza, rijden we met een huurauto naar Cala Llonga. Bij een lokaal café halen we de sleutel op van Casa Zita, het huisje dat Pim geregeld heeft. Bij aankomst kijken we onze ogen uit: wat een prachtige inrichting. Iedereen heeft een eigen slaapkamer; er zijn twee badkamers, drie terrassen, een zwembad, ruime eet- en zithoek en een goed uitgeruste keuken. Het is bijna te luxe voor een paar sjofele trailrunners.

Nadat we onze spullen hebben opgeborgen en de woning grondig verkend, lopen we naar Cala Llonga om een hapje te eten. Pim merkt op dat hij hier zich een paar maanden geleden door de mensenmassa’s heen moest wurmen om ergens te komen. Nu is het uitgestorven. Bij Pizzeria La Vela vallen we met onze neus in de boter: live muziek. Kennelijk is vanavond de laatste keer dat het restaurant dit seizoen open is. Voor een habbekrats eten we wat de pot schaft, aangepast naar onze diëtaire wensen. Een batterij aan voorgerechten gevolgd door pizza’s, toetje en koffie. De vakantiesfeer komt er goed in. Met onze magen goed gevuld, maar best moe van de reis, lopen we terug naar Casa Zita. Er wordt opgemerkt dat de trap naar het huisje nu al best lang en steil is, maar dat dit zaterdagavond sterk uitvergroot zal worden. Ik grap dat we als ‘ervaren berglopers’ ook dan nog met twee treden tegelijk omhoog moeten kunnen.

Vrijdag

Als tijd en omstandigheden het toelaten, doe ik altijd een acclimatiserend loopje voor een evenement. Kwestie van het lijf laten wennen aan terrein en weersomstandigheden. Ilje en Pim zijn deze ochtend niet te porren voor inspanning. Ze slapen uit en luieren de ochtend weg aan het zwembad. Prima, het is tenslotte een mini-vakantie. Gewapend met een op de kaart uitgetekende route loop ik vanaf het huisje naar de kust, via schitterende single-tracks langs de kliffen, een wat saaier stuk door het binnenland en een spectaculair kustpad terug naar het dorp. Als dit een voorbode is van wat er morgen komt, wordt het smullen geblazen.

Na een korte douche rijden we naar Santa Eulària des Riu voor lunch. Pim en Ilje zijn beiden veganist, dus we gaan naar Ve Café. Een restaurant met alleen plantaardige gerechten. De ingrediënten komen rechtstreeks van hun eigen boerderij elders op het eiland. Even twijfel ik. Is het wel verstandig om de dag voor een flinke tocht iets nieuws te proberen? Maar als ik het menu bestudeer, worden mijn zorgen weggenomen: allemaal lekkere dingen, zo te zien met zorg bereid. En inderdaad, het is een feestmaal. Achteraf horen we dat de kok een Michelin-ster heeft. Terecht, wat mij betreft.

Het is tijd om onze startnummers op te halen in Sant Antoni de Portmany, een stadje aan de andere kant van het eiland. Bij de uitreiking horen we een warrig verhaal over verkeerd geplaatste chips. Kennelijk moeten we de startnummers een kwartslag gedraaid dragen, anders werkt de registratie niet. Voor de zekerheid informeer ik naar de regel dat ons startnummer op alle voedselverpakkingen moet staan, maar daar heeft de dame van de organisatie nog nooit van gehoord. Mooi, scheelt een hoop gedoe. Op de terugweg rijden we langs de Decathlon. Ilje heeft geen windbreaker of regenjack. Best kans dat ze daar ook niet op controleren, maar het is altijd verstandig om een extra laagje bij je te hebben. Terug in Cala Llonga gaan we op zoek naar een restaurant. Er is er welgeteld nog eentje open, een Mexicaan die buiten het seizoen alleen crêpes serveert. Okee, redden we het wel mee.

previous arrow
next arrow
Full screenExit full screen
Slider

Zaterdag

Kwart voor vier gaat de wekker. Snel douchen, ontbijten en spullen bij elkaar harken. Vijf uur rijden we weg, half zes komen we aan in Sant Antoni de Portmany. Rugzakjes laten we nog even in de auto, eerst maar eens de dropbags wegbrengen. We lopen naar hetzelfde gebouw waar we gisteren onze startnummers ophaalden. Helaas, dropbags moeten ingeleverd worden bij de start; die ligt een minuut of vijf verderop. Met nog 20 minuten te gaan voor de start, is het haasten terug naar de auto, warme kleren uit, rugzakjes op en terug naar de start. Daar mogen we niet zomaar achteraan aansluiten. Nee, eerst pal voor het voltallige deelnemersveld een stap over de registratiemat doen om te verifiëren dat onze chips het doen. Dan volgt een materiaalcontrole waarbij ik amper mijn lachen in kan houden. Dan mogen we eindelijk plaats nemen in het startvak. Als we iets ruimer in de tijd hadden gezeten, was het komisch geweest. Nu is het vooral irritant. Maar goed, met twee minuten over, kan er nog een selfie af. Er wordt afgeteld van tien naar een en de meute zet zich in beweging.

Start

We gaan harder van start dan mij lief is. Moet wel want de tijdslimieten staan scherp. Zo krijg je voor de eerste 10 km met 300 D+ een uur en twintig minuten. Loop je gemiddeld 10 km/u, heb je nog twee minuten over bij de post (10 km + 300 D+ is 13 km vlak). Voor de eerste paar uur geen probleem, maar later op de dag komen daar vermoeidheid, langere pauzes en invallende duisternis bij. Dan kon het nog wel eens krap worden. Maar goed, dat is van later zorg. Eerst maar eens op de helft raken waar een bord pasta op ons staat te wachten. We lopen tot aan de eerste post zo hard dat we zowaar nog een kwartier over hebben. Het terrein helpt: veel asfalt en vrij makkelijke paden. Bij aankomst gaat Pim meteen zitten om zijn rechtervoet te verzorgen. Hij voelt iets en wil er niet, zoals bij de Transylvania, te lang mee doorlopen.

Vijf minuten zijn we alweer weg. Eerst een lang stuk asfalt, dan eindelijk wat trailwaardigere paadjes. In het licht van de zonsopkomst stuiven we een spectaculaire afdaling naar beneden, een aantal Spaanse pannenkoeken ontwijkend. Zij dalen te voorzichtig en te langzaam met frequente valpartijen als gevolg. Niks ernstigs, hoor, vooral gekrenkte trots en bilspieren. De rest van de route tot aan de tweede post bestaat uit bredere zand- en grindpaden, afgewisseld met kleine single tracks en kennelijk onvermijdelijke stukken asfalt. De organisatie claimt maximaal 25% asfalt, maar het lijkt meer op minstens 25%. Wie weet, misschien alleen aan het begin van de route.

We komen nog met z’n drieën aan bij post twee, maar de kilometers daarna ontstaan er gaatjes. Het tempo van de eerste 20 km begint zich te wreken, dus ik neem wat gas terug. Geen idee of ik het me wel kan veroorloven qua tijdslimieten, maar om op tijd aan te komen, moet je eerst in staat zijn aan te komen, niet? Darmen rommelen soms vervelend, maar daar blijft het gelukkig bij. Door wat meer eten en drinken, pep ik mezelf op en kan ik al snel het oude tempo weer oppikken. Maar ja, Ilje en Pim zijn dan al met de noorderzon vertrokken. De paadjes tussen post twee en drie zijn vooral offroad, tussen akkers door, parallel aan grote wegen en zeer gevarieerd. Dit is waar we voor kwamen. Tijdens de eerste lange klim van vandaag, haal ik Ilje bij. Samen komen we aan bij post drie.

Boyband

We zijn verbaasd dat we Pim hier niet tegenkomen. Hij lag toch voor ons? Of zou hij door een sanitaire stop achter ons geraakt zijn. Een Whatsapp-berichtje verschaft duidelijkheid: Pim is vrij snel doorgelopen bij post drie, we hebben hem net gemist. Na een korte stop lopen Ilje en ik verder. Tijdens de afdaling passeren we een groep Spanjaarden die met harde muziek en luidkeels zingen het pad afstruinen. Dit irriteert ons beiden mateloos. Het zijn juist de rust, sereniteit en het ingetogen karakter van trailruns die ons trekken. Kom je alsnog een of andere boyband met orkestpretenties tegen. Bah. Er zit niks anders op dan stevig door te lopen en ze af te schudden. Logisch dat Pim er als een haas vandoor is gegaan.

De afdaling wordt gevolgd door een lange, maar qua terrein makkelijke klim. Net voor de top gaan we van het pad af de piek op. Hier en daar vereist het handen- en voetenwerk, maar de pret is van korte duur. Al snel dalen we af via weer een asfaltweg. Omdat de boyband ons tijdens de klim inhaalde, zetten Ilje en ik aan. Met grote stappen snel thuis, zeg maar. Of in ieder geval snel bij een bord pasta in Es Cubells, locatie van post vier. Hier merk ik voor het eerst dat de steile afdalingen Ilje niet in z’n koude kleren gaan zitten. Of beter gezegd, in zijn bovenbenen. Het laatste stukje loopt Ilje bij me weg. Dit terrein ligt hem beter: niet technisch, relatief vlak.

Halverwege

Pim zit al te smikkelen van een bord pasta als Ilje en ik de post binnenlopen. Ik haal mijn dropbag op, scoor wat eten en drinken en maak een praatje met andere lopers. Het is tien voor twaalf. Officieel moet iedereen hier om exact twaalf uur weg zijn, maar de organisatie hanteert de tijdslimieten losjes. Door de drukte in het kleine gebouw en de herrie van zowel deelnemers als aanhang, voel ik me niet op mijn gemak. Om de haverklap stoot iemand je aan of flikkert er ergens een fles water van een tafel. Ik ben dan ook blij als Pim voorstelt weer op pad te gaan. Normaal gesproken neem ik mijn tijd bij een dergelijke verzorgingspost, maar nu niet. Nog geen half uur na aankomst, sta ik alweer buiten, eindelijk in staat normaal adem te halen.

We zijn nog geen minuut onderweg als Pim naar zijn kuit grijpt, gezicht vertrokken van pijn. Hij had er voor Es Cubells al last van, maar de pauze lijkt meer kwaad dan goed te hebben gedaan. Met de tanden op elkaar strompelt hij de lange trap af naar de weg. Hij wikt, weegt, maar besluit uiteindelijk om uit te stappen. De kuit doet niet alleen vervelend pijn, hij heeft moeite er überhaupt gewicht op te plaatsen. Daar nog een dikke marathon mee doorlopen, is onbegonnen werk. Ilje en ik nemen afscheid en vervolgen onze weg. Pim hobbelt terug de trap op om bij de vorige post een lift naar de start te regelen.

Kustpad

Na twee kilometer saai asfalt door woonwijken, belanden we eindelijk op een paadje dat in onze gedachten typisch is voor Ibiza. Smal, kronkelend, stenig, aan de ene kant een rotswand en aan de andere kant de zee, een meter of twintig onder je. We genieten met volle teugen. Regelmatig stappen andere deelnemers van het pad of om de razende Hollanders voorbij te laten. Het pad komt uit op een verborgen strandje, vanaf daar gaat het omhoog. En hoe! In korte tijd klimmen we van zeeniveau tot dik 400 meter. Vergeleken met de bergen stelt het niet veel voor, maar steilte, technische ondergrond, gebrek aan beschutting en een meedogenloos brandende zon, vragen het uiterste van de lopers.

De afdaling die volgt, is een sluipmoordenaar. Nog steiler dan de klim en doorspekt met spiegelgladde stukjes die niet van de rest te onderscheiden zijn. Om de haverklap hoor ik een brul als er weer iemand onderuit gaat. Ook Ilje ontkomt niet aan een paar glij- en stuiterpartijen. Zelf dreig ik één keer onderuit te gaan, weet me echter op het laatste moment op te vangen met mijn handen. Kost me een diepe snee net boven mijn pols, maar gezien de ondergrond had dat veel erger af kunnen lopen. Voor het stuk tussen post vier en vijf krijg je 2,5 uur. Best ruim, dachten we vooraf. Nu dringt tot ons door dat die tijd echt nodig is. Toch doen we het niet slecht. We zijn om twee uur al op de post, nog een half uur over.

Ik maak zo goed en kwaad als het gaat het wondje aan mijn hand schoon met water als Ilje binnenkomt. Gezicht staat op onweer; dit was niet zijn afdaling. Sterker nog, hij denkt erover om door te lopen tot post zes in Sant Josep de sa Talaia en daar te stoppen. Hij ziet het niet zitten om dit soort paden in het donker te overwinnen. Ik houd me op de vlakte. Als ik nu tegen hem in ga, bestaat de kans dat hij zich ingraaft. Eerst maar eens een stukje lopen voordat we dit heikele onderwerp aansnijden. Terwijl we staan te eten en drinken, spreekt een vrouwelijke deelnemer mij aan in het Spaans. Ik snap er helemaal niks van, maar een andere loper vertaalt. De dame in kwestie herkent mij van de PSR 2018. Dan begint er een lampje te branden. De kleine man die naast haar staat, herken ik als de enigszins gevaarlijke afdaler die Jeremy en ik in etappe vier tegenkwamen. Grappig om hen hier tegen te komen.

Hoogste punt

We bereiden ons voor op het volgende deel. Eerst een korte klim, dan de afdaling over hetzelfde pad waar we vanochtend omhoog liepen, gevolgd door een lange klim naar het hoogste punt van Ibiza en dito afdaling naar post zes. Vergeleken met wat we net hebben afgelegd, zou dit makkelijker moeten zijn. Mag ook wel. Dik 50 km in de benen en ruim 8 uur op de klok, dan gaat het niet vanzelf meer. Tijdens de klim raakt Ilje regelmatig achterop. Ik neem gas terug zodat hij aan kan klampen, maar het kost hem teveel moeite. Ik zoek een mooie steen naast het pad, parkeer mijn achterste en spoor Ilje aan hetzelfde te doen. De pauze doet ons goed. Met relatief gemak halen we de mensen in die ons zojuist voorbij liepen.

De afdaling naar Sant Josep verloopt vlotjes, maar bij Iljes bovenbenen is het beste ervan af. Hij is een doorgewinterde triatleet dus over uithoudingsvermogen en mentale kracht maak ik me geen zorgen. Echter, tien uur achter elkaar op terrein lopen dat hij niet gewend is, inclusief een flink pak hoogtemeters, laat zijn sporen achter. Andersom is evengoed waar: als ik nu een marathon of langer op asfalt moet lopen, breken mijn benen af. Met nog een half uur over op de tijdslimiet, komen we aan bij post zes. Twintig minuten lang genieten van het laatste zonnetje, wat eten en drinken en een schuin oog op de finishboog. Er komen al ultralopers binnen, maar voordat wij eronder door mogen, moeten we nog even een halve marathon wegwerken.

We vertrekken opgefrist en met goede moed. Een halve marathon lukt ons altijd wel. Ja, ergens in de komende 15 kilometer ligt de gevreesde Muur, een klim van 200 meter over net zoveel afstand. Maar verder is het allemaal redelijk rechttoe rechtaan. Daar klopt dus niet zoveel van. Het eerste klimmetje gaat nog: steil, maar kort. Dan volgt een steile afdaling en een stukje valsplat waar we veel ultralopers op de terugweg tegenkomen. De route slaat rechtsaf, van een breed karrenspoor naar een smal bospaadje recht tegen een heuvel op. Is dit de Muur al, vragen we ons af. Nee, weet een andere loper ons te vertellen. Dit is een voorproefje, de echte Muur is vier keer zo lang en nog steiler. Slik…

De Muur

Met tien minuten over op de tijdslimiet en verstoken van enige beschutting, blijven we niet lang bij post zeven. Een vrijwilliger spreekt ons moed in. Nu komt de muur maar daarna is het zeven kilometer vlak of naar beneden tot aan de finish. Hmmm… mijn hoogteprofiel zegt iets anders, maar Ilje kiest ervoor de beste man op zijn woord te geloven. Het begint goed. Ergens ver boven ons schijnt een felle ster. Als deze een paar keer verdwijnt en verderop van links naar rechts en weer terug beweegt, beseffen we dat het een fel hoofdlampje is. Hoewel afstanden in het donker altijd moeilijk in te schatten zijn, is de ‘ster’ wel zo hoog dat de moed ons even in de schoenen zakt. Er zit maar één ding op: tanden op elkaar en doorlopen.

Als het pad opeens naar links afbuigt en aanzienlijk minder steil wordt, ben ik verbaasd en achterdochtig tegelijk. Dit kan het toch niet al zijn? En dat is ook niet zo. Na een tiental meter slaat de route opnieuw rechtsaf en moeten we met handen en voeten tegen een rotshelling opklauteren waar het steengruis de ondergrond gevaarlijk glad maakt. Meer dan eens moet ik een stap of twee terug om met een aanloop een stap of vier vooruit te komen. Tot nu toe was ik meer bezig met Ilje dan met mezelf. Aanmoedigen, afleidende grapjes maken, informeren over de klim, dat soort dingen. Op dit moment heb ik daar niet de adem noch de motivatie voor. Ben best wat gewend door de Ardennen en de Pyreneeën, maar dit is belachelijk. Als ik eindelijk de top bereik, schuil ik in de luwte van een landmeetpaal. Aan het gevloek te horen, zit Ilje niet heel ver achter me.

Laatste loodjes

De afdaling naar post acht is gelukkig minder gemeen dan de sluipmoordenaar van vanmiddag. Nog steeds oppassen geblazen, vooral omdat het donker is, maar weinig gladde stukken en niet te steil. Ilje kijkt uit naar het relatief vlakke stuk tussen de laatste verzorgingspost en de finish. Zijn benen zijn leeg, zijn lichaam is op en ook mentaal lijkt hij het moeilijk te hebben. Het helpt niet dat we meteen weer een pittige heuvel op moeten. Hela, hoe zat dat ook alweer met dat vlakke terrein? Voor de zekerheid laat ik Ilje alvast weten dat het voorlopig nog niet gedaan is met klimmen. We rennen weinig meer. Bergop nekt het gebrek aan energie, bergaf weigeren de bovenbenen dienst. Alleen vlak en valsplat weet ik Ilje nog in beweging te krijgen.

In de verte klinkt muziek. Zou dat de finish zijn? We moeten nog een paar kilometer, dus lijkt me sterk. Als we om een heuvel heenlopen, valt het geluid weg, om even later weer aan te zwellen. Het laatste bultje van vandaag herken ik: hier zijn we eerder geweest. Ik spoor Ilje aan om een stukje te dribbelen, dan gaat de tijd sneller voorbij. Hij kijkt me aan en zegt: als je door wilt lopen, moet je dat gewoon doen; je hoeft niet bij mij te blijven. Onwillekeurig schiet ik in de lach. We zijn ruim 14,5 uur samen onderweg. Denk je nou echt dat ik de laatste kilometer alleen ga lopen?

Finish

Vier uur nadat we Sant Josep verlieten voor de laatste lus, zien we de finishboog weer. Pim staat ons aan te moedigen. Ik geef Ilje een duwtje in de rug in de hoop dat hij de laatste meters over de finish rent. Dat lukt nog heel aardig. Exact tien voor negen stappen we over de eindstreep. De organisatie lijkt de tijdslimieten niet heel streng na te leven, toch voelt het goed om op tijd binnen te zijn. Voor mij is aankomst tegen sluitingstijd de normaalste zaak van de wereld. Ilje is gewend aan een plekje in de top 10 procent, dus dit is voor hem onontgonnen terrein. We ontvangen een prachtige medaille en een mooie finishers longsleeve. Pim staat al klaar met bier. Het leven is goed.

Omdat we snel afkoelen, blijven we niet te lang zitten bij de finish. Ik haal de dropbags op en doe nog een boodschap voor ontbijt morgen. Dan rijden we terug naar Cala Llonga. Zoals beloofd neem ik de trap met twee treden tegelijk. Valt nog niet mee als je drie tassen in je handen hebt. Bovenaan bedenk ik me dat ik nog iets in de auto heb liggen. Zucht… Terug naar beneden en weer omhoog met twee treden. Nu voel ik mijn benen wel. Na een douche geniet ik van een pizza, die Pim overdag gehaald had, en een biertje. Ben eigenlijk te wakker om al te gaan slapen, maar morgen hebben we een lange reisdag voor de boeg, dus ik doe het toch maar. Een paracetamol erin tegen rusteloze benen en licht uit. Vier uur later lig ik nog wakker.

previous arrow
next arrow
Full screenExit full screen
Slider

Zondag

Ik word wakker van het licht en kijk op mijn horloge. Zeven uur? Veel te vroeg om al op te staan. Ik krijg de slaap echter niet meer gevat. Dan maar douchen en ontbijten. Kan altijd tijdens de vlucht nog wat slaap pakken. Even later schuiven Pim en Ilje aan. Zij hebben duidelijk beter geslapen dan ik. Onder het genot van een kop koffie nemen we de afgelopen dag door. Dan is het tijd om onze spullen in te pakken, de sleutel af te geven en terug te rijden naar het vliegveld. We leveren de huurauto in, lopen naar de vertrekhal en krijgen te horen dat de vlucht met ruim een uur vertraagd is. Kak! We waren al behoorlijk vroeg, nu zijn we veroordeeld hier dik twee uur door te brengen. Tenzij…

Een korte taxirit later genieten we van een uitgebreide lunch in Ibiza Stad. Daar kan een koffietentje in de luchthaven niet tegenop. We lummelen wat in de zon, vergapen ons aan de enorme boten in de jachthaven en doen een laatste poging om de beste flauwe grap van het weekend te maken. De tijd gaat snel als je lol hebt en we moeten alweer op zoek naar een taxi. Tijdens de vlucht terug zijn we een stuk stiller dan op de heenweg. Deels vermoeidheid, deels rozig van het in de zon zitten. Misschien ook wel een tikkeltje melancholisch: we laten immers een heerlijk klimaat achter en zijn op weg naar het gure Nederland.

Als we het vliegtuig uitstappen en de slurf inlopen, komt de kou aan als een mokerslag. Ondanks trui en jas is het contrast met Ibiza enorm. Wegens sanitaire stops en een boodschap, raken we elkaar kwijt in de drukte van de aankomsthal. Bovendien moest ik tijdens het boarden op Ibiza mijn trolley afgeven als ruimbagage, dus ik moet nog langs de bagageband. Pim en Ilje wachten na de douane op me, maar het duurt erg lang voordat de bagage arriveert. Ga maar, app ik ze. In de trein terug naar Amersfoort is het rustig, eindelijk tijd om mijn gedachten over afgelopen weekend te verzetten.

Pim

Ontzettend balen dat Pim uit moest stappen vanwege zijn kuit. Ik ken hem goed genoeg om te weten dat doorlopen geen optie was. In het verleden liep hij rustig door met ongemakken waarbij menig ander de handdoek in de ring zou gooien. Denk bijvoorbeeld aan de Transylvania waar hij door vastgeplakte zooltjes zijn hele hak aan gort liep. Of de TransAlpine Run waar een beginnende shinsplint hem bijna de das omdeed. Nee, hij stopt niet zomaar vanwege een pijntje. Des te zuurder dat het gebeurt tijdens een trail in het buitenland. In Nederland haal je je schouders op en kijk je uit naar de volgende keer, maar nu is er serieus tijd, geld en moeite gespendeerd. Enige troost is dat hij de rest van de dag heerlijk heeft kunnen genieten van een biertje in de zon. Ibiza is zeker niet de vervelendste plek om een DNF te verwerken. En fijn voor Ilje en mij dat hij ons direct bij de finish op kon pikken in plaats van dat we eerst nog terug moesten naar de startlocatie waar de auto nog stond.

Ilje

Dan Ilje. Wat een held! Ik heb vast wel eens mensen dieper zien gaan, maar kan me zogauw niet herinneren wanneer. Hoewel hij een getraind triatleet is die IronMan-afstanden onder de 10 uur wegtikt, was de Ibiza Ultra Trail een vuurdoop voor hem. Bij de finish had hij drie PR’s te pakken: langste afstand (85 km), langste tijd onderweg (15 uur) en meeste hoogtemeters in een enkele loop (3500 D+). Voor iemand die normaal gesproken maximaal vier uur loopt over een relatief vlak parcours, is dit een fenomenale prestatie. Maar dat is nog niet eens waarom ik zoveel meer bewondering en respect voor Ilje heb gekregen tijdens deze tocht. Nee, die eer komt toe aan de ups en downs waar hij mee worstelde en die hij overwon. Pim uit zien vallen, zelf uit willen stappen, mentaal herpakken, fysiek lijden, door foutieve informatie op het verkeerde been gezet worden, enzovoorts. Het maakt niet uit hoe vaak je valt, letterlijk of figuurlijk, wel dat je elke keer weer opkrabbelt en doorloopt. Ilje wist dat tijdens onze 15 uur samen tot een kunst te verheffen. Respect.

Ik

Met mij ging het voor de verandering eens goed. Okee, aanvankelijk iets te hard gestart en wat gerommel in mijn darmen, maar de rest van de tocht was een eitje. Behalve de muur, daar moest ik even de mentale reserves in. Fysiek bleef ik tot het einde fris, kon zelfs nog met twee treden tegelijk de trap op. Nou is vijftien uur voor mij niet heel lang en ook het terrein viel erg mee. Dat neemt niet weg dat ik voor het eerste in een half jaar twee flinke tochten heb gelopen zonder regelmatig de bosjes in te moeten duiken. Valt wat mij betreft onder de noemer ‘voortgang’. Sterker nog, de laatste tijd voel ik me sowieso beter. Ik herstel sneller, heb minder vaak en minder lang fysieke ongemakken en begin langzamerhand ook beter te slapen. Het zal echt nog wel even duren voordat ik helemaal de oude ben. Of wellicht komt dat moment nooit. Het is echter fijn om weer een stijgende lijn te zien en vooral: te voelen.

Ibiza

Ik heb een dubbel gevoel over zowel het eiland als het evenement. Ibiza is prachtig maar volledig uitgestorven in november. Op zich prima, ben niet zo van de mensenmassa’s, maar ook de horeca sluit de deuren in deze periode. Dan is het lastig om wat te eten te vinden. In de grotere dorpen en steden kun je nog wel terecht, maar dat is me weer te druk. De natuur is prachtig, de strandjes wonderschoon en de bouwstijl intrigerend. Ik ben er echter niet van overtuigd dat ik het langer dan een week volhoud. Helemaal niet als het volstroomt met jetset en toeristen.

Het evenement is geweldig georganiseerd. Markering van de route was uitstekend, nam soms zelfs absurde vormen aan: weet je zeker dat we hier linksaf moeten, er hangen maar 30 lintjes. Verzorgingsposten top; maaltijd halverwege goed, alleen de locatie wat druk. Geweldige vrijwilligers die tot diep in de avond hun werk serieus namen. De aanmoedigingen bleven maar komen, hoe brak we er ook bij liepen. Het enige minpunt dat ik kan bedenken is de route zelf. Dat is dan ook meteen wel een zwaar minpunt. Veel te veel asfalt en saaie paden. Ik ben ervan overtuigd dat tientallen meters naast waar wij liepen, prachtige single tracks te vinden waren. De proloog tekende ik uit op de kaart en die paadjes waren zoveel mooier. Dat moet de organisatie ook kunnen. Mogelijk spelen vergunningen en toestemming een rol, maar dan nog kan het parcours een stuk fraaier gemaakt worden dan het was. Het is dat de hoogtepunten (klim vanaf het strand, de Muur, etc.) veel goedmaken, anders zou ik deze trail afraden. Als je verwacht dat de route een afspiegeling is van Ibiza, dan kom je bedrogen uit; bereid je je voor op flink wat saaie stukken, dan valt het alleszins mee.

Comments