gtc-highlight

Gran Trail Courmayeur 2018

Gran Trail Courmayeur

Na de Festa Trail vorig jaar, 75 km in middengebergte, stelde Linda vast dat ze toe was aan een 100. Wel in de bergen, vlak of semi-vlak hardlopen ligt haar niet. Na wat zoekwerk en overleg viel het besluit: Gran Trail Courmayeur (GTC). Een tocht van 105 km met ruim 7000 hoogtemeters, door de befaamde Aosta-vallei bekend van onder andere de Tor des Geants. De GTC is vergeleken met Tor en UTMB een relatief rustig evenement; op de 105 km doen ruim 350 deelnemers mee. De route volgt delen van de Tor en UTMB maar kent ook zeker een eigen karakter.

De voorbereiding voor de GTC verloopt niet geheel vlekkeloos. Linda heeft een drukke start van het jaar: twee paarden, overzeese trips voor haar werk, proefschrift voor haar doctoraal en natuurlijk de vele hardlooptrainingen. Zo nu en dan dreigt het teveel te worden, dan moet er wat aan geloven. De hardlooptrainingen gaan op een wat zachter pitje totdat het reizen en het proefschrift afgehandeld zijn. Net op tijd voor de PGTA is Linda fit en heeft ze haar goede vorm weer te pakken. Maar hoe mooi Portugal ook is, er zijn geen bergen van het kaliber dat we in Italie tegen gaan komen. Daarom lassen we een serieuze bergtocht in als generale repetitie: de Zugspitz Supertrail XL (82 km, 4500 hoogtemeters). Hoewel deze als training goed verloopt, twijfelt Linda na afloop of dat extreem lange lopen in de bergen wel haar ding is.

Training

Twee weken voor de start vertrekken we naar La Chapelle d’Abondance. Eerst een week stevig trainen, dan een kort weekje rust om sterk en uitgerust te kunnen beginnen aan Linda’s grootste avontuur tot nu toe. Lopen in de Chablais is bepaald geen sinecure. Vanuit het dal starten betekent al snel een verticale kilometer voor je kiezen en de paadjes kennen geen compromis. Regelmatig klinken vergelijkingen met de Pyreneeën. Stel je dan ook eens voor dat een handvol gegadigden door Alke Staal hier de EMI mogen lopen, een bizarre tocht van dik 80 km met bijna 9000 hoogtemers. Tijdens een van onze rustdagen hangen we wat rond bij verzorgingspost 3, leren we deelnemers, vrijwilligers en aanhang beter kennen en leveren we een pizza-vormige bijdrage.

previous arrow
next arrow
Full screenExit full screen
Slider

Nadat de EMI voorbij is, beklimmen we de Mont de Grange. Fantastisch uitzicht na een zware klim, heerlijke relaxte afdaling terug naar het dal. Maar dan slaat het noodlot toe: Linda stoot uiterst pijnlijk haar grote teen, dezelfde teen waar botwoekeringen haar regelmatig pijn doen. De kneuzing die volgt legt alle trainingsplannen in de as. Omdat Linda nu helemaal niet meer haar rechtervoet af kan wikkelen, krijgt ze ook nog eens last van stekende pijnen in haar rechterheup. Dit alles bovenop de minder dan ideale voorbereiding, een vervelende val tijdens een eerdere training, het doet me wanhopen voor Courmayeur. Zo goed als kwaad dat het gaat, maken we het beste van actieve rust en vakantie. Focussen op correct lopen, hoe langzaam dan ook, beetje experimenteren met Arnica-gel en ontstekingsremmers, meer kunnen we niet doen. Tot mijn grote verbazing is Linda exact voor de start van de GTC weer fit. Ze moet natuurlijk niet nog een keer haar teen stoten, maar normaal afwikkelen gaat weer goed en ook haar heup lijkt voldoende hersteld. Wat een opluchting.

De grote dag

Zaterdagochtend 7 uur staan we aan de start van ons avontuur. Wat onduidelijkheid over de dropbags doet ons bijna te laat komen, maar we redden het net. Gelukkig nemen ze het niet zo nauw met de tijd want we starten pas een paar minuten na zeven. Het idee is om de volle 30 uur die voor dit evenement staat, te gebruiken. We hebben geen haast maar willen wel ruim binnen de tussentijdse limieten blijven. De eerste zes kilometer zijn voornamelijk downhill dus we verwachten een comfortabele marge op te kunnen bouwen. Daarna begint het serieuze klimwerk, zoals te zien op onderstaande video.

Na mijn laatste bericht gaat ons avontuur bergaf, letterlijk en figuurlijk. We krijgen het verschrikkelijk koud en zijn eigenlijk te laat met warmere kleding aandoen. Post 5, bovenop een winderige piek, biedt nauwelijks de mogelijkheid om te schuilen en/of te rusten. Met verkleumde vingers trekken we zoveel mogelijk kledingstukken aan en werken we een bouillon naar binnen. Tijdens de afdaling begint het serieus te plenzen. We stoppen even zodat ik mijn regenbroek aan kan trekken; waarom heb ik dat boven niet al gedaan? De wind zwelt aan, regen wordt hagel en in de verte klinkt onweer. We lopen op een hoogvlakte zo rond de 2600 meter als tegelijkertijd duisternis en onweer inslaan. En dat bedoel ik vrij letterlijk: nog geen 50 meter van ons af slaat met een klap van jewelste de bliksem in. Een paar minuten lang hoor ik nauwelijks wat en staat de bliksemschicht op mijn netvlies gebrand. Gelukkig drijft de wind het onweer snel van ons af. De horizontale slagregen nemen we daarbij voor lief.

Elisabetta

We zijn behoorlijk geschrokken. Zo snel als dit onweer op kwam zetten, valt moeilijk op te anticiperen. Ook nog eens te laat met een lampje opzetten. Typische beginnersfouten. Als we eindelijk alles voor elkaar hebben en een beetje van de schrik bekomen zijn, een oerbrul van Linda doet wonderen, maken we dat we wegkomen. Ik gok dat van de hoogvlakte naar de Elisabetta-hut ons snelste deel is, misschien wel een Strava-segmentje waard. Wind in de rug en sterk verminderde regen doen ons goed. Alleen het laatste klimmetje naar de hut valt wat zwaar. Als bovenaan de klim blijkt dat het een open post is zonder beschutting of onderdak (arme vrijwilligers) zie ik Linda’s gezicht betrekken. Ze had zo uitgekeken naar een moment van rust, warmte en wat eten. Gelukkig biedt de Elisabetta-hut uitkomst: diep in de nacht zijn ze nog steeds open en bijzonder gastvrij voor de idioten van deelnemers aan deze tocht.

Na soep, espresso en warme chocolademelk zetten we ons weer in beweging, vergezeld van Jerome, een joviale Fransoos met een iets te hoog tempo. Tot aan de klim trekken we samen op, dan verdwijnt hij aan de horizon. Linda zag aanvankelijk nogal op tegen deze klim want steil, lang en nat, maar het valt alleszins mee. Gestaag ploeteren we door tot aan de top, dan begint de afdaling naar post 7, Maison Vieille. Tijdens de eindeloze afdaling knakt Linda. Aangekomen bij de post maakt de bouillon haar misselijk en kan ze nauwelijks haar ogen open houden. Waar bij Elisabetta mentale ondersteuning nodig was, moet ik hier alles uit de kast halen om Linda fysiek op te vijzelen. Even liggen, ogen open, kopje thee, wat biscuitjes, liefdevolle verzorging door de organisatie, alle registers worden opengetrokken. Tot mijn verbazing knapt Linda wat op en kunnen we beginnen aan de laatste afdaling naar Dolonne.

Dolonne

Maar niet zonder wat klimmetjes uiteraard. De eerste valt mee, de tweede lijkt van geen ophouden te weten. Ik maak me zorgen om Linda, trekt ze dit mentaal wel? Maar ze loopt gestaag door. Hard gaat het niet, maar mentaal is ze zo gefocussed op Dolonne bereiken dat klimmen of dalen er niet langer toe doen. Eindelijk breekt de laatste afdaling aan. Mag ook wel, de tijd begint te dringen: we hebben nog maar 2 uur over voordat we bij Dolonne weg moeten zijn. De afdaling is geniepig, getuige Jerome die we inhalen. Hij geeft aan te stoppen, knie opgeblazen in de afdaling. We lopen door, maar blijven behoedzaam, geen zin om onze nek te breken. Elke blik op mijn horloge doet mijn zorgen toenemen. Hoeveel tijd houden we nog over op Dolonne voor omkleden, eten en uitrusten? Anderhalf uur, een uur, een half uur? Helaas, minder dan dat. Met nog 28 minuten tot de klok van vijf dribbelen we afgepeigerd van de afdaling Dolonne binnen.

Bijna mechanisch doen we wat we moeten doen. Eerst kleren wisselen en electronica aan de opladers, dan eten, drinken en rugzak klaarmaken voor het laatste deel. Linda irriteert zich mateloos aan een druk mannetje dat schier onuitputtelijk opgewekt en actief is. Oh wacht, ze bedoelt mij. Haar ogen kijken mij dof aan. Ik prikkel haar door te vragen of ze nog steeds door wil. We hebben het er onderweg een paar keer over gehad, maar het antwoord was altijd een definitief ja. Ik verwacht nu dan ook niet anders. Maar ze antwoordt niet. Ze kijkt me aan met ogen waar geen vuur meer in brandt. Ze twijfelt niet tussen stoppen of doorgaan, ze is alleen maar bezig met zijn. De minuten tikken weg. Kom op Lin, nu even doorpakken, wil ik haar zeggen. Maar ik doe het niet. Als ze verder wil moet het uit haar zelf komen. Op sleeptouw nemen, wellicht tegen heug en meug, betekent onherroepelijk opgave bij een van de volgende posten. Ik forceer: ga je mee of blijf je hier? Antwoord vind je in onderstaande video.

Na mijn laatste bericht en nog een vals piekje of twee, begint daadwerkelijk de afdaling. En wat voor een: steil, technisch, verraderlijk. Mijn linkerknie maakt snel dalen onmogelijk, doet teveel pijn. Dan maar langzaam, ik pak het tempo wel weer als het pad makkelijker wordt. Opeens moet ik een stuk ijs over, geflankeerd door een soort waarschuwingspaaltjes. Ah, tijd voor de crampons, toch niet voor niets bijna 30 uur meegezeuld. Ik kijk nog eens goed: duidelijke voetsporen, meer sneeuw dan ijs, ziet er stevig uit, geen toezicht van de organisatie. Met een aanloopje spring ik over de grootste ijsspleet en vervolg zo lichtvoetig mogelijk mijn weg door wat niet anders dan slushpuppy genoemd kan worden. Glibberend, glijend en grinnikend van oor tot oor, de pijn en inspanning even vergeten, beleef ik een leuk speelkwartiertje op een stervende gletsjer. Klinkt morbider dan het voelde…

Hoodie

Net voor de laatste verzorgingspost heeft de organisatie nog een leuk kadootje: een smerig steile klim door een verticale steengroeve onder een genadeloos brandende zon. De moed zakt je in de schoenen als je ver boven je de gezichtjes ziet van vrijwilligers bij de laatste post. Toch ploeter je dan door, terug is langer. Bij de post krijg ik opnieuw conflicterende informatie over de resterende afstand. Mijn klokkie zegt 4 km, volgens de organisatie is het nog zeker 8. Voor de tijdslimiet van 1 uur binnenkomen betekent een tempo lopen dat ik nu even niet in me heb. Dan maar geen finisher’s hoodie. Enigszins verslagen vervolg ik mijn weg.

Twee kilometer later laat mijn Suunto weten dat ik de laatste post gepasseerd ben en het nog dik 3 km naar de finish is. Drie kilometer? Hoeveel tijd heb ik nog? Nog ruim een half uur. Dat betekent 10 minuten per kilometer, dus gemiddeld 6 km/u. Mijn knie zegt ‘no way’, mijn hart zegt ‘knallen’ en mijn hoofd zit ergens in een hoekje stilletjes te huilen. Ze waren bij de post heel duidelijk: niet op tijd binnen, geen hoodie. Ik recht mijn rug, verbijt de pijn en zet het op een lopen. Dat stelt helaas minder voor dan je zou denken. De afdaling blijft tricky, alleen waar ik het vertrouw ga ik volle bak. Ik vlieg het bos uit, een asfaltweg op. Lekker, even tempo lopen. Twaalf, dertien, veertien, vijftien kilometer per uur, het kan niet op. Af en toe weigert mijn linkerknie dienst, maar door voorwaarts momentum te houden struikel ik niet eens echt. Dan hoor ik de stem van de omroeper. Nog 15 minuten over en ik ben al in Courmayeur. De route op mijn horloge gaat rechtdoor, maar ik weet dat de finish rechtsaf is. Omstanders voorkomen dat ik de verkeerde kant op loop en sturen me rechtsaf. Honderd meter verderop zie ik de finishboog, dus ik zet een sprint in die niet stopt totdat ik er ben. Finish!

Luttele seconden na aankomst zakt de adrenaline en laat mijn lichaam me vriendelijk doch dringend weten dat ik een achterlijke idioot ben die de komende dagen op een flinke dosis uitgestelde pijn kan rekenen. Maar met tien minuten over op de tijdslimiet ben ik wel de trotse eigenaar van een Gran Trail Courmayeur 2018 finisher hoodie. Wat is pijn dan nog, niet? Als laatste finisher binnen de tijd mag ik zelfs even plaatsnemen op de hoogste podiumtrede. Dat vervolgens finishers buiten de tijdslimiet alsnog finisher hoodies krijgen, kan me niet deren. Zij hebben er immers net zo’n tocht op zitten als ik, dus ze verdienen het. Wat is zoiets abstracts als tijd dan nog?

previous arrow
next arrow
Full screenExit full screen
Slider

We’ll be back

Je kunt wel stellen dat de Aosta-vallei onze harten veroverd heeft. De laatste avond voor de terugreis naar Nederland smeden Linda en ik het plan om volgend jaar de Tor des Geants-route in een tiental etappes te gaan lopen. Wordt een logistiek puzzelstukje, maar daar schrikken we niet voor terug. Zelfs de minder dan ideale ervaring met veranderlijk weer op hoogte, kan de voorpret niet drukken. Valt allemaal een mouw aan te passen. Ook Courmayeur laat ons niet onberoerd. Pittoresk gelegen tussen reuzen van bergen met een horeca waar de ingetogen professionaliteit als vanzelfsprekend wordt beschouwd, het geeft ons een gevoel van thuiskomen na een lange afwezigheid in Italie ( Zuid-Tirol telt niet, dat zijn allemaal verkapte Oostenrijkers). Ja, we gaan hier zeker nog een paar keer terugkomen.

En Linda? Uiteraard wat teleurgesteld in de afloop, maar qua ervaring en beleving zoveel rijker dan voor de start. Onze belevingswerelden liggen nu een stuk minder ver uit elkaar, dat schept nog meer een band dan we al hadden. En in tegenstelling tot vlak na de Zugspitz Ultra toen ze eigenlijk wel klaar was met dat lange afstandsgeneuzel, duurde het nu nog geen dag voordat ze zich afvroeg welke 100 km in de bergen nog meer leuk zou zijn om te lopen. Ik heb alvast voorzichtig de Transylvania 100 geopperd.

Comments