AAA Social Trail 2019

Jantine is goed bezig. Vorig jaar liep ze haar eerste ultra tijdens de Indian Summer Ultra. Dit jaar pakte ze door met o.a. RunForestRun Drents Friese Wold, een flink stuk van Hilversum – Ede Wageningen Social Trail, Vuurtorentrail en Veluwezoomtrail. Daarnaast nog allerlei kortere tochten en een driedaagse van Meppel naar Woudenberg. Dit jaar heeft ze haar zinnen gezet op wederom de Indian Summer Ultra, maar nu de langste afstand: 120 km! Toen ze me vertelde dat ze als voorbereiding Meppel-Woudenberg nog eens wilde lopen, maar dan in één keer, stelde ik een alternatief voor: een social trail van Amersfoort naar Apeldoorn van tenminste 100 km. Dat idee sprak haar meer aan dan solo hetzelfde stuk opnieuw lopen. Op mijn route zou alles nieuw voor haar zijn en kon ze rekenen op gezelschap.

Na een aantal pogingen tot een route, was ik gedwongen een aanpassing te maken. Het was simpelweg onmogelijk om rond de 100 km te blijven, maar wel de mooiste stukken tussen Amersfoort en Apeldoorn aan te doen. Geen nood, ultralopers zijn flexibele mensen. Ik tekende twee routes uit: van Amersfoort naar Arnhem en van Arnhem naar Apeldoorn. De eerste is grofweg 100 km, de tweede een slordige 60 km; bij elkaar 100 mijl. Geen idee of ik daar gegadigden voor kon vinden, maar het kan nooit kwaad nog een stukkie achter de hand te hebben. Twee weken voor de social, verken ik samen met Linda de route van Arnhem naar Apeldoorn. Hij is mooi, maar best pittig. Wel goed zo’n verkenning, want de Woeste Hoeve is dicht wegens verbouwing en een aantal paden zijn afgesloten of bestaan niet meer. Het weekend daarna loop ik voor mijn eigen gemoedsrust ook nog de laatste 20 km van het Renkums Beekdal naar Arnhem. De eerste 80 km gaat door gebied dat ik redelijk op mijn duimpje ken, dus dat geloof ik wel.

Start

Zaterdagochtend zes uur gaat de deurbel. Jan Duiker en Jantine zijn wat vroeg, dus we drinken nog een kop koffie voor we naar station Amersfoort vertrekken. Na 20 minuten wachten, tot precies zeven uur, is het dan zover: we gaan van start. Er zijn geen andere lopers aangehaakt, dus we zijn met z’n vieren: Jantine, Jan, Linda en ik. Op ons gemak dribbelen we westwaarts langs DierenPark Amersfoort, door de Soester Duinen, bij Soestduinen het spoor over en omhoog naar De Stompert. Het tempo ligt laag genoeg voor Jan en mij om elkaar al keuvelend wat beter te leren kennen. Hij is van plan vandaag zijn eerste marathon-afstand te lopen. Na een aantal keer 30 tot 35 km te hebben gelopen, is hij er klaar voor. Ik waarschuw hem dat deze route best pittig is en hij zich niet blind moet staren op de afstand, maar goed aan moet blijven voelen wat zijn lichaam aan kan. Blijkt overbodig, was hij zelf ook al van plan.

Net voor Soesterberg steken we oude luchtmachtbasis over en poseren we onder een Alouette III helikopter die hier afgelopen februari op een sokkel werd geplaatst. We lopen een stukje door het dorp heen om aan de andere kant van de A28 het meest westelijke puntje van het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug te betreden. Ik volg hier bewust een andere route dan normaal, wat dichter tegen Zeist aan, om ook voor Linda en mij de variatie erin te houden. Na 2,5 uur komen we aan bij Landgoed Heidestein. Aan de overkant van de vijver zien we Jaco de Ruiter en Peter de Koning al staan. Linda neemt hier afscheid; 20 km is voor haar genoeg vandaag. Bovendien liepen we een iets hoger tempo dan voor haar comfortabel is. Prima training, maar niet iets wat ze veel langer vol wil blijven houden.

We volgen De Spreng naar het oosten en pakken een klein stukje van de UHT mee. Het plan is om net na het tunneltje onder de A12 door, pauze te houden bij Klein Zwitserland. Na 25 km kunnen Jantine, Jan en ik wat eten en drinken goed gebruiken. Als we tegenover Hotel Bergse Bossen de straat oplopen, worden we begroet door Jan’s support crew. Zijn vrouw Janneke en dochter Eline zijn later vanochtend vanuit Harderwijk hiernaartoe gekomen. Deels als mobiele verzorgingspost, deels om Jan op te kunnen vangen mocht hij willen stoppen, rijden ze vandaag langs de route. Achterbak gevuld met eten en drinken, staan ze regelmatig bij parkeerplaatsen en oversteekpunten. Dat weten de andere lopers wel te waarderen.

Appeltaart

In plaats van bij Klein Zwitserland eten en drinken we wat bij het Grand Café van Bergse Bossen. Iedereen aan de cola, koffie en appeltaart, al dan niet met slagroom. Lekker om even te zitten, druk van de benen af. Na een minuut of veertig vervolgen we onze weg. Terug het bos in, over een kleine zandvlakte, langs prachtige, bloeiende heidevelden. Bij Zanderij Maarn gaan we de beruchte Trap af en lopen we rechtsom het meer. Wat omlaag gaat moet ook weer omhoog, dus aan de oostkant klimmen we het dal uit. Bij de oversteek van de N227 staan Janneke en Eline klaar met water, cola en ontbijtkoek. Behalve Jan had geen van ons gerekend op deze luxe onderweg. Bij dit soort tochten heeft iedereen normaal gesproken genoeg vocht en voer bij zich om het flink lang uit te kunnen houden zonder bevoorrading. Nou, ik maak dankbaar gebruik van een klein blikje cola; je weet nooit wat je onderweg wel of niet tegenkomt.

Na een hoop geslinger, valsplat en het Doornse Gat, komen we aan bij De Bonte Koe. Tijdens de Hilversum-Ede Wageningen Social Trail hebben we hier uitgebreid geluncht. Jaco, Petrus en ik zaten er toen een beetje doorheen na 53 km met maar één pauze. Zonder erbij stil te staan, kiezen we dezelfde tafel uit als vorige keer en gaan Jantine, Jaco en ik prompt op dezelfde plekken zitten. We bestellen alleen wat te drinken en ik pols bij Jantine en Jan hoe ze zich voelen. Met Jantine gaat alles goed, hooguit wat verbaasd over hoe fris ze zich voelt na ruim 37 km. Jan is bezorgd om zijn knie. Niet dat hij er op dit moment last van heeft, maar het blijft door zijn hoofd spoken. Verder verkeert hij fysiek, mentaal en conditioneel nog in prima staat. Jaco en Peter hoef ik niet eens te vragen hoe het met ze is; na 25 km zijn ze nog niet eens opgewarmd.

Klein half uurtje later hervatten we de tocht. Jan heeft inmiddels een PR, langer dan 35 km, maar hij lijkt vastbesloten om nog een flink stuk door te lopen. Zelfs de lange, steile klim naar de Graftombe van Nellenstein dribbelt hij omhoog alsof hij pas net gestart is. Ik doe hetzelfde, puur en alleen omdat dit één van de weinige, echt uitdagende klimmen is. De rest wandelt, op zich verstandiger. Bovenaan pauzeren we om iedereen (lees: mij) op adem te laten komen. Na een stukje afdalen, beginnen we aan de lange valsplat klim naar De Eenzame Eik. Ik merk nu voor het eerst dat het vele klimmen Jantine zwaar begint te vallen. Met de korte, steile klimmen heeft ze weinig moeite, maar constante lichte stijging waarvan je vervelend buiten adem raakt, ligt haar niet.

Berghuis

Na 43 km wordt Jan hartelijk gefeliciteerd met zijn behaalde doel: zijn eerste marathon is een feit. Hij besluit door te lopen zolang het nog gaat. En waarom ook niet? Hij loopt nog steeds soepel, geen last van zijn knie, en we zitten niet echt op een punt waar je makkelijk kunt stoppen. Een klein uurtje later komen we aan bij ‘t Berghuis. Net als vorig jaar tijdens mijn tweede UPNL, is het weer een drukte van jewelste door de Amerongse Berg Trail. Dit keer ben ik erop voorbereid. Iemand roept mijn naam: het is Frans Rinsema, de masseur die afgelopen woensdag mijn kuiten goed op temperatuur heeft gebracht. Hij informeert hoe het met me gaat. Naar omstandigheden goed: kuiten doen het prima, alleen een opkomende pijn in mijn linkerscheenbeen baart me wat zorgen. Twee weken geleden, toen ik van Arnhem naar Apeldoorn liep, kreeg ik er voor het eerst last van. Ging ervan uit dat een paar nieuwe schoenen (Hoka Challenger ATR 5 Wide) de boosdoener waren. Nu hetzelfde probleem optreedt met vertrouwd schoeisel, Salomon Speedcross 4 Wide, ben ik stiekem wel blij: de oorzaak is overbelasting en niet andere schoenen. Ik ga die Hoka’s en hun demping namelijk nog hard nodig hebben de komende maanden.

Nadat we eten en drinken hebben besteld, loop ik naar buiten en maak ik een praatje met Chris van Beem, de organisator van de Amerongse Berg Trail. Ik wijs naar zijn elleboog die in verband zit. Tennisarm? Nee, slijmbeursontsteking, antwoord hij. Maakt niet uit, elleboog heb je voor het lopen niet nodig, voegt hij halfgrappend toe. Intussen haalt hij de ene na de andere loper binnen. Met afstanden van 10 en 20 km op een prachtig, maar pittig parcours, weet hij een enorm hardlooppubliek enthousiast te krijgen voor het trailrunnen. Terug in ‘t Berghuis word ik prettig verrast door de enorme verbetering in bediening vergeleken met vorig jaar. Ons eten is in een mum van tijd klaar, geen fouten in de bestelling en alle gerechten zijn goed bereid. Als ik tijdens het eten van houding verander, ziet Jaco mijn gezicht even vertrekken. Nu we niet meer in beweging zijn, neemt de pijn in mijn linkerscheen flink toe. Wat volgt is een typisch gesprek tussen ultralopers.

Jaco: Doet het pijn?
Barry: Ja, nogal.
Jaco: Schaal van nul tot tien?
Barry: Vier.
Jaco: Oh, dan kun je gewoon doorlopen.

Hij heeft wel een punt. Op diezelfde schaal van nul tot tien is doorlopen een acht. Dan hoef je geen rekenwonder te zijn om te voorspellen wat er gaat gebeuren. Maar wat gaat Jan doen? Net als Jantine en ik heeft hij er nu dik 48 km op zitten. Zijn eerste ultra lonkt: nog maar anderhalve kilometer te gaan. Na veel wikken en wegen, overleg met zijn support crew en wat aanmoediging van de rest, besluit hij mee te lopen tot aan Rhenen. Dat wordt dan wel echt zijn eindstation. Moet ook wel want zijn horloge is bijna leeg, hij heeft geen hoofdlamp bij zich en ik kan me voorstellen dat Janneke en Eline ook een keer naar huis willen. Vlak voordat we vertrekken, sluit Stephan Roos aan. Als we dan toch een stukje komen hobbelen in zijn achtertuin, loopt hij graag even mee. Het is goed om hem weer op de trails te zien. Vorig jaar heeft hij een zwaar auto-ongeluk gehad waardoor hij lange tijd niet kon sporten. Ik zie tijdens het lopen hoe goed het hem doet weer relatief onbezorgd buiten te kunnen spelen.

Rhenen

De route tussen ‘t Berghuis en Rhenen combineert stukjes van de UHT met een aantal parallelle paden. Ik vind de UHT zelf te rechttoe rechtaan, zeker gezien het feit dat er zoveel mooiere paden vlak naast liggen. Sneller dan verwacht komen we aan bij Landgoed Kwintelooijen. Voor mijn gevoel zijn we dan al vlakbij Rhenen, maar de waarheid is weerbarstiger. Pas vier kilometer later komen we het bos uit en lopen we het dorp in. Janneke laat weten dat ze bij de rotonde net voorbij de Jumbo staat. Stephan en Jaco doen nog een laatste poging Jan te overtuigen verder mee te lopen, maar hij houdt voet bij stuk. Langste afstand tot nu toe 35 km, doel van vandaag de marathon of iets verder; uiteindelijk loopt hij meer dan 60 km. Fysiek en mentaal is alles nog in orde, dus dit is al een bovenmaatse prestatie. Had hij verder gekund? Jazeker. Met een hoofdlampje en een kabeltje om zijn horloge op te laden, had hij misschien zelfs Arnhem wel gehaald. Maar je moet niet teveel in één keer willen doen; bewaar wat voor de komende jaren. Hij weet nu tenminste dat zijn lichaam veel meer aankan dan hij tot nu toe dacht, mits hij rustig aan doet.

We nemen hartelijk afscheid van Jan, Janneke en Eline en dribbelen rustig terug naar de Albert Heijn waar we zojuist langs liepen. In de winkel zelf is het fris, maar het voorportaal biedt uitkomst. Precies de juiste temperatuur om van mijn cola, smoothie en ijskoffie te genieten. Uit mijn ooghoeken pols ik hoe Jantine en Peter ervoor staan. Jantine ziet er wat vermoeid uit, Peter oogt nog relatief fris. Om Jaco maak ik me geen enkele zorgen; doe ik al niet meer sinds het Helipad vorig jaar. Wel mooi hoe hij destijds stijf van de zenuwen aan de start stond, vervolgens bijna top tien liep en daarna een FKT op de UPNL, een keurige Bello Gallico en finisher van de Legends Trail. En nog twijfelt hij soms of-ie wel goed genoeg is voor deelname aan bijvoorbeeld een LEO180. Kan iemand de beste man even vertellen dat hij er echt wel bij hoort?

Als we even later station Rhenen passeren, neemt ook Stephan afscheid. Met twaalf kilometer heeft hij er een mooi stukje opzitten, maar hij moet nog steeds goed oppassen voor zijn nek en rug. Peter twijfelt. Hij heeft geen hoofdlampje bij zich, maar wil nog wel verder dan dit. We halen hem over mee te gaan naar De Wageningsche Berg, dan kan hij vanaf daar naar station Ede-Wageningen lopen. Voor het eerst vandaag vallen er serieuze druppels uit de hemel. Tot nu toe zijn we mooi weggekomen met wat miezerbuitjes, maar het merendeel van de dag was het droog. Deze druppels voorspellen wat heftigers. En inderdaad, als we net de Grebbeberg opgeklommen zijn, breekt de bui los. Snel trekken we allemaal een regenjas aan. Tikkeltje jaloers kijk ik naar Peter’s OMM Kamleika jack. Heb hem zelf ook, maar voor vandaag leek mijn flinterdunne Berghaus VapourLight me genoeg. Door de stromende regen verandert de toch al weelderige omgeving in een waar regenwoud. We banen ons een weg door varens, laveren paden die in beekjes veranderd zijn en glibberen de afdalingen omlaag. Na voorzichtig de trap af te zijn gelopen, slaan we linksaf de Cuneralaan op. Net voordat we uit de beschutting lopen, stopt het met regenen. Dat is nog eens timing!

Wageningen

Nu begint een lang open stuk, namelijk de verbindingsweg tussen Rhenen en Wageningen. In plaats van de Afweg pakken we de Grebbedijk: iets langer maar veel mooier uitzicht. Jantine en Peter zijn helemaal opgefrist door de stortbui, beiden een grijns van oor tot oor. Jaco en ik zijn minder gecharmeerd van de regen, maar hun vrolijkheid werkt aanstekelijk. In betrekkelijk rap tempo laten we de Grebbedijk achter ons en lopen we via wat achterafstraatjes naar de start van het Bergpad. Deze brengt ons na wat klimwerk bij hotel De Wageningsche Berg. Net voordat we binnenlopen, begint het opnieuw te hozen. Peter was van plan meteen door te lopen naar Ede-Wageningen, maar bij nader inzien vergezelt hij ons nog even voor een bord soep en wat cola. Jantine en ik delen een broodplankje, maar ze lijkt wat moeite te hebben het brood weg te krijgen. Buiten bel ik Linda om er zeker van te zijn dat we vervoer terug hebben vanaf Arnhem. Het is al bijna acht uur en we moeten nog een slordige 30 km; denk niet dat we dat in krap vier uur gaan redden.

Nadat we afscheid hebben genomen van Peter, lopen we met z’n drietjes richting Renkum. Via het Mierenbos en het Renkums Beekdal, loopt de route langs de noordkant van Heelsum. De omgeving is prachtig, maar ik merk dat Jantine er minder van geniet dan Jaco en ik. Ze heeft steeds meer last van misselijkheid en wil regelmatig een stukje wandelen. Dat is geen probleem, we hebben geen haast. Dat meen ik oprecht: het interesseert me niet hoelang we nodig hebben, dus gebruik alles waarvan je denkt dat het helpt om de finish te halen. Pauzes, wandelen, vloeken, janken, het maakt niet uit: als je er verder mee komt, is het toegestaan. Zelf begin ik steeds meer last te krijgen van mijn linker scheenbeen. De pijn neemt langzaam steeds meer toe, vooral met wandelen en tijdens pauzes. Maar omdat ik de hele dag nog niet heb overgegeven of de bosjes in moest voor een vloeibare boodschap, til ik er niet zo zwaar aan. Met pijn kun je prima lopen, vooral als het niet te plotseling opkomt.

Voorbij Heelsum besluiten we een klein stukje van de route af te wijken om pizzeria La Porta aan te doen. We hebben sinds ‘t Berghuis niets substantieels meer gegeten, dus het moet maar even. Even ben ik bang dat Jantine de geur van pizza’s en grillgerechten teveel wordt, maar ze trekt het net. We bestellen fruitsalade met een bolletje vanille-ijs. Fruit is lekker fris, het vanille-ijs is goed voor je maag. Jaco en ik smullen, Jantine heeft meer moeite het toetje weg te krijgen. Gelukkig is de kok zo vriendelijk een kommetje pure bouillon klaar te maken; daar knapt Jantine’s maag aanzienlijk van op. Maar goed ook, want ze twijfelt of ze doorgaat. Vanaf hier is het nog 20 km. Er zitten in het laatste deel wat lusjes die we af kunnen snijden om precies op 100 km te komen, maar we gaan zeker nog drie uur onderweg zijn. Ik ben ervan overtuigd dat ze het fysiek aankan, alleen mentaal lijkt het haar een onmogelijke opgave. Jaco en ik zijn terughoudend met druk uitoefenen. Immers, ze moet het helemaal zelf doen en willen. Zonder eigen motivatie redt je het niet. Wat we wel doen, is haar verzekeren dat we bij haar blijven tot Arnhem en dat er daar vervoer terug naar Amersfoort is. Daarnaast benadrukken we hoe ver ze al gekomen is, dat ze in het moment moet blijven, zich niet af moet laten schrikken door wat er nog komen gaat en dat ook deze dip weer voorbij gaat.

Stuwwallen

Een en ander lijkt aan te slaan, waarschijnlijk meer de bouillon dan onze opbeurende woorden, want het volgende uur loopt Jantine weer als vanouds. Zelfs tijdens de pittige klim naar de stuwwallen ten zuiden van Doorwerth, stapt ze stevig door. Bovenop is het regelmatig zoeken naar het juiste paadje: overdag al niet eenvoudig, in het donker met kleine lichtbundels nog een stuk lastiger. Het constante op en neer, ook al mijdt deze route veel zwaardere stukken, helpt ook niet in het vasthouden van een beetje tempo. Wat mij vooral zorgen baart, is dat we pas in Oosterbeek aan gaan komen als alle horeca al dicht is. Daar had ik geen rekening mee gehouden. In het ergste geval lassen we zelf nog ergens een korte pauze in voor we aan de laatste kilometers beginnen.

Als we door Park Hartenstein heenlopen, zie ik in de verte licht branden op het terras van restaurant Klein Hartenstein. Die zijn toch al lang niet meer open? Dat is ook zo, het is een handvol medewerkers die de dag aftankt op het terras. Gelukkig mogen we gebruik maken van de stoelen om even uit te rusten. Als men doorkrijgt waar we mee bezig zijn, verschijnen er twee flessen water op tafel. Vol ongeloof luisteren ze naar onze belevenissen vandaag en eerder dit jaar. Zoals altijd volgt de vraag: waarom doen jullie dit? Onze pauze is te kort om daar diep op in te gaan, dus we houden het bij: niks anders te doen vandaag, grenzen verleggen en goede training voor later dit jaar. Een klein half uurtje later zetten we ons in beweging voor de laatste negen kilometer.

We slingeren door Oosterbeek, steken het spoor over en slaan rechtsaf. Wat volgt, is een lang, maar makkelijk pad. Jantine is te moe om te blijven rennen, dus we wandelen dit grotendeels. In Mariëndaal snijden we een lus af. Nadeel is dat we rechtdoor een lange klim voor de boeg hebben. Nou ja, klim: valsplat. Maar na ruim 96 kilometer en bijna 17 uur onderweg, voelt het als een serieuze klim. Als we na het oversteken van de Amsterdamseweg en een stukje door Hoog Erf eindelijk aankomen bij Shell Bakenberg, weet ik dat we er bijna zijn. Nu alleen nog makkelijke paden door de parken Gulden Bodem, Zypendaal en Sonsbeek. Bijna alles bergaf. Een groepje jongeren rondom een muziekinstallatie staart ons aan alsof we van een andere planeet komen. Onze verschijning zal inderdaad wat ongewoon zijn hier, rond dit tijdstip.

Finish

Een kilometer voor station Arnhem geeft Jantine aan dat ze rennend wil finishen. Okee, maar de laatste paar honderd meter is pittig bergop, waarschuw ik haar. Linda laat via een tekstberichtje weten dat ze aan de noordkant van het station staat te wachten. Wij lopen inmiddels het laatste park uit, via het Burgemeestersplein omhoog naar de Amsterdamseweg. Nog één keer linksaf en daar zien we Linda staan, telefoon als camera in de aanslag. We zetten een dribbel in voor de laatste 100 meter en dan is het eindelijk zover: Jantine’s eerste 100 km is een feit. De high fives en knuffels zijn niet van de lucht. En verdiend. Niet alleen is ze veertig kilometer voorbij haar langste afstand gelopen, ze is ook nog eens ruim 18,5 uur onderweg geweest. Een deel daarvan is pauzes, maar dat maakt de inspanning er niet minder om. Sterker nog, elke keer opnieuw opstarten na een pauze, vraagt fysiek nogal wat van je. En zonder deze pauzes is het maar de vraag of je de eerste keer zo’n afstand redt.

Na wat gegeten en gedronken te hebben, stappen we in Linda’s auto. Niemand piekert erover om nog door te lopen naar Apeldoorn. Eerst naar Driebergen-Zeist, waar Jaco’s auto staat, dan terug naar Amersfoort. Voor Jantine naar huis rijdt, neemt ze bij ons een douche en een bouillon. Het is intussen drie uur ‘s nachts dus ik vraag of ze het zeker weet dat ze nu nog naar huis wil rijden. Ja, dat weet ze zeker; als het echt niet gaat, parkeert ze ergens om even te slapen. We nemen voor de laatste keer afscheid.

Achteraf

De dagen erna heb ik flink last van mijn linker scheenbeen, meer dan tijdens het lopen zelf. Rood, warm en opgezwollen, duidelijk een ontsteking. Tja, als je 60 km doorloopt met een kwetsuur, kun je verwachten dat het er niet beter van wordt. Toch maak ik me geen zorgen: dit soort pijntjes heb ik wel vaker last van. Kwestie van iets rustiger aan, de ontsteking zijn werk laten doen en een paar goede massages. Voordeel is dat ik voorlopig geen lange, vlakke tochten meer loop. Eerstvolgende inspanning is begin september de PSR in de Pyreneeën, twee weken later The Great Escape, twee weken daarna Foz Coa Douro Trail Adventure. Geen van allen loopjes waarbij je veel rent, zullen we maar zeggen. Met een beetje mazzel is tegen die tijd alles hersteld zodat ik fit en vrij van pijntjes kan beginnen aan de LEO180. Die is dit jaar 210 kilometer, dus dan heb ik echt wel mijn beste beentjes nodig.

Vrijdagmiddag krijg ik een onverwacht bericht van Jantine. Voor mijn gevoel, achteraf, had ik afgelopen zaterdag beter kunnen lopen, schrijf ze. Ik herstel zo snel, dat ik mentaal sterker had moeten zijn. Ken jij dat gevoel, vraagt ze. Nou en of ik dat gevoel ken. Alleen krijg ik het meestal na mislukte pogingen; denk aan de Ronda dels Cims, Another One Bites The Dust, Duinhopper, enzovoorts. Het gevaar van deze gedachte is dat je achteraf geneigd bent te bagatelliseren wat je op het moment zelf voelde. Een beetje hetzelfde mechanisme waardoor ultralopers zich elke keer weer laten verleiden tot tochten waarin ze zich onderweg afvragen waarom ze dit in hemelsnaam doen. Ik verzeker Jantine dat ze het heel erg goed gedaan heeft voor een eerste keer zo ver en zo lang onderweg. Blijf niet hangen in wat je beter had kunnen doen, maar neem dat mee als munitie voor een volgende keer. Denk dan terug aan hoe je je achteraf voelde en zet die dribbel wel in, ren die heuvel wel op of maak die pauze wat korter. Of niet. Dat blijft natuurlijk ook gewoon een optie. Ultralopen is onderweg zijn en genieten; afzien en pijnlijden krijg je er geheel kosteloos bij.

Comments